ECLI:NL:RVS:2008:BC7140
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing Richtlijn gezinshereniging bij verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) had toegewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat Richtlijn 2003/86/EG inzake gezinshereniging zich niet verzet tegen de implementatie van bepalingen over gezinshereniging van erkende vluchtelingen binnen de reguliere verblijfsvergunningprocedure. De richtlijn ziet immers op verblijf in het kader van gezinshereniging, niet op asiel.
De Afdeling stelde vast dat artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 een gunstiger bepaling is dan de minimumnormen van de richtlijn en dat de richtlijn niet van toepassing is op gezinsleden die niet aan deze voorwaarden voldoen. Tevens werd geoordeeld dat artikel 23 van Pro Richtlijn 2004/83/EG niet leidt tot verlening van een verblijfsvergunning asiel indien daartoe geen aanspraak bestaat.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de aanvraag door de staatssecretaris werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bekrachtigd.