ECLI:NL:RBDHA:2014:10151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde MVV-aanvraag gezinshereniging wegens ontbreken feitelijke gezinsband meerderjarige zoon
Eisers hebben een herhaalde aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) met als doel gezinshereniging in het kader van nareis. De aanvraag betreft eiser 2, de zoon, die inmiddels meerderjarig is. In een eerdere procedure is vastgesteld dat er geen feitelijke gezinsband bestond tussen eiser 2 en de referente op het moment van vertrek uit het land van herkomst.
Eisers beroepen zich op het gewijzigde beleid WBV 2013/13, dat het minderjarigenbeleid aanpast in overeenstemming met de Gezinsherenigingsrichtlijn. De rechtbank oordeelt echter dat het peilmoment voor beoordeling van relevante wetswijzigingen het moment van de aanvraag is, waarop eiser 2 meerderjarig was. Hierdoor is het gewijzigde minderjarigenbeleid niet van toepassing.
Verder stelt de rechtbank dat de Richtlijn 2003/86/EG niet van toepassing is op de situatie van eiser 2 omdat de referente een verblijfsvergunning asiel heeft op basis van subsidiaire bescherming. Eisers hebben onvoldoende aangetoond dat er sprake is van meer dan normale emotionele afhankelijkheid tussen eiser 2 en referente. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen feitelijke gezinsband bestaat en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van feitelijke gezinsband.