ECLI:NL:RVS:2007:BB3120
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid uitzetting
Appellante werd op 21 juni 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellante tegen deze bewaring ongegrond en wees haar verzoek om schadevergoeding af. Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris niet aannemelijk heeft gemaakt dat binnen veertien dagen na de inbewaringstelling een aanvraag om een laissez-passer bij de Oekraïense autoriteiten is ingediend. Ook is niet gebleken dat binnen een redelijk te achten termijn handelingen ter uitzetting zijn verricht door de vreemdelingenpolitie of de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Er waren geen bijzondere omstandigheden die dit konden rechtvaardigen.
Hierdoor heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende voortvarendheid heeft betracht bij de uitzetting. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van appellante gegrond, en bepaalt dat de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven. De zaak wordt voor schadevergoeding terugverwezen naar de rechtbank. Tevens worden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en de zaak terugverwezen voor schadevergoeding.