ECLI:NL:RVS:2007:BB1374
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortvarendheid en recht op rechtsbijstand bij vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdeling in vreemdelingenbewaring had gesteld, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde, de bewaring ophefte en schadevergoeding toekende.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de vreemdeling tijdig heeft geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand en dat de wachttijd van twee uur na het informeren van de advocatenpiketdienst is gerespecteerd. Het feit dat het gehoor plaatsvond zonder advocaat was geoorloofd omdat geen advocaat binnen die termijn aanwezig was.
Verder is vastgesteld dat ondanks organisatorische aanloopproblemen bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, de staatssecretaris voldoende voortvarendheid betrachtte bij de uitzettingshandelingen. De vreemdeling had onvoldoende concrete feiten gesteld om aan te tonen dat er geen reëel zicht op uitzetting bestond.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de inbewaringstelling gehandhaafd zonder schadevergoeding.