ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9875
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en rechtmatigheid vreemdelingenbewaring
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 2 november 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde onder meer aan dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, zijn recht op rechtsbijstand was geschonden en dat er geen zicht op uitzetting was.
De rechtbank overwoog dat verweerder al vóór de inbewaringstelling diverse uitzettingshandelingen had verricht, waaronder een identiteitsgehoor en het starten van een laissez passer-traject richting Algerije. Hoewel ruim veertien dagen na de inbewaringstelling geen uitzettingshandelingen plaatsvonden, was er een geplande presentatie bij de Algerijnse autoriteiten, die niet doorging vanwege de zitting.
Verder werd geoordeeld dat eiser geen advocaat bij het gehoor wenste, maar wel voor de verdere procedure, wat was gerealiseerd. Het ontbreken van bepaalde stukken in het dossier leidde niet tot schending van de procesregeling of nadeel voor eiser. De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig en in redelijkheid gerechtvaardigd was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.