ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9901
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling die sinds circa 25 jaar buiten China verblijft, is op 2 september 2007 in bewaring gesteld wegens uitzetting. Hij heeft aangegeven te willen terugkeren en werkt actief mee, maar beschikt niet over identiteitsdocumenten die nodig zijn voor een laissez-passer (lp). De Chinese ambassade weigert een lp af te geven vanwege het ontbreken van deze documenten.
Verweerder stelt dat er nog steeds een reëel zicht op uitzetting bestaat en dat lp's, zij het mondjesmaat, worden verstrekt. De rechtbank weegt echter het artikel van M. Collet en W.J. Jiang mee, waarin het Chinese persoonsregistratiesysteem (hukou) als onbetrouwbaar en onoverzichtelijk wordt beschreven, wat het verkrijgen van documenten bemoeilijkt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat er binnen afzienbare termijn zicht is op uitzetting, mede vanwege het lange verblijf van eiser buiten China en het overlijden van zijn ouders. Verweerder heeft nagelaten zich te beraden op de juistheid van de informatie over het Chinese registratiesysteem, ondanks dat deze informatie tijdig beschikbaar was.
Daarom wordt de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig geacht, wordt de bewaring opgeheven per 9 november 2007, en wordt schadevergoeding toegekend voor de periode van bewaring vanaf het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting en schadevergoeding wordt toegekend.