ECLI:NL:RVS:2007:BA4652
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wettelijke taak COA bij opvang in zeer bijzondere omstandigheden
Appellanten hadden een aanvraag ingediend bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om voortzetting van verstrekkingen, welke door het COA op 17 januari 2006 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State stelde vast dat het COA op grond van artikel 3 van Pro de Wet COA ook een wettelijke taak heeft om opvang te verlenen in zeer bijzondere omstandigheden, zelfs indien deze niet onder de categorieën van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) vallen. De rechtbank had ten onrechte niet beoordeeld of in het onderhavige geval sprake was van dergelijke bijzondere omstandigheden.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van het COA en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het beroep van appellanten gegrond verklaard en werd het COA veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat het COA een bredere taak heeft dan strikt de categorieën in de Rva 2005 en dat het in bijzondere gevallen verstrekkingen kan blijven verlenen.
Uitkomst: Het besluit van het COA wordt vernietigd en het beroep van appellanten wordt gegrond verklaard wegens het niet beoordelen van zeer bijzondere omstandigheden.