ECLI:NL:CRVB:2012:BV3563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens illegaal verblijf en geen recht op WWB of WIJ
Appellanten, afkomstig uit het voormalig Joegoslavië en zonder verblijfstitel in Nederland, deden een aanvraag voor bijstand op grond van de WWB en een inkomensvoorziening op grond van de WIJ. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvragen af omdat appellanten geen rechtmatig verblijf hadden en niet konden worden aangemerkt als met Nederlanders gelijkgestelde vreemdelingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen eerdere besluiten grotendeels ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde dat appellanten geen aanspraak kunnen maken op bijstand of inkomensvoorziening op grond van de WWB en WIJ, mede omdat zij niet onder de beschermde categorieën vallen zoals bedoeld in de betreffende wetsartikelen.
Verder oordeelde de Raad dat een positieve verplichting op grond van artikel 8 EVRM Pro ten aanzien van deze vreemdelingen niet via de WWB kan worden ingevuld. Indien een dergelijke verplichting bestaat, rust deze op andere bestuursorganen die wettelijk zijn belast met de uitvoering van voorzieningen voor vreemdelingen. Het beroep op het arrest Ruiz Zambrano faalde omdat de dochter van appellante niet de Nederlandse nationaliteit had en geen unieburger was.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt, bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellanten wordt afgewezen vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en het niet kunnen aanmerken als met Nederlanders gelijkgestelde vreemdelingen.