ECLI:NL:RVS:2007:BA2831
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over vreemdelingenbewaring en vaststelling nationaliteit
Op 5 maart 2007 is N.N. in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van N.N. gegrond en beval opheffing van de maatregel, maar wees het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris van Justitie ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het uitstekend beheersen van de Nederlandse taal door N.N. voldoende was om aan te nemen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, waardoor uitzetting uitgesloten zou zijn. Het weigeren van medewerking aan de vaststelling van identiteit en nationaliteit kan leiden tot voortzetting van de bewaring, ook al is de duur daarvan niet wettelijk gemaximeerd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van N.N. ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van N.N. tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.