ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2870
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij weigering identiteit vast te stellen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser weigerde zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen, hetgeen verweerder aanmerkte als ontwijking van de terugkeerprocedure.
Eiser voerde onder meer aan dat de ophouding onrechtmatig was, zijn recht op rechtsbijstand was geschonden, en dat de bewaring voor een ander doel werd gebruikt dan wettelijk toegestaan. Verweerder stelde dat hij voldoende voortvarend had gehandeld, dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering was en dat de maatregel proportioneel was.
De rechtbank concludeerde dat de ophouding onrechtmatig was wegens onvoldoende nader onderzoek binnen de beschikbare tijd, maar dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de daaropvolgende bewaring, gezien het weigeren van medewerking door eiser. Ook werd een schending van het recht op rechtsbijstand vastgesteld, maar deze was niet ernstig genoeg om de maatregel onrechtmatig te verklaren. De rechtbank oordeelde dat de maatregel in overeenstemming was met nationale wetgeving, de Terugkeerrichtlijn en het EVRM, en wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.