ECLI:NL:RVS:2007:BA2163
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging verblijfsvergunning wegens schending familie- en gezinsleven
De minister wees op 31 januari 2005 de aanvraag van een vreemdeling om verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De minister stelde dat de vergunning niet was verleend met het oog op het familie- en gezinsleven met haar Nederlandse echtgenoot, waardoor geen inmenging in dat recht zou zijn. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de minister ten onrechte had geoordeeld dat geen inmenging was in het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven. De Raad stelde dat ook als de vergunning niet specifiek was verleend met het oog op het gezinsleven, het feit dat de vreemdeling daardoor feitelijk het gezinsleven kon uitoefenen, wel degelijk inmenging oplevert bij weigering van verlenging.
Verder oordeelde de Raad dat de minister onterecht zijn standpunt had beperkt tot de afwezigheid van een objectieve belemmering van het gezinsleven in Tsjechië, zonder een belangenafweging te maken zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning is vernietigd en de minister is verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het familie- en gezinsleven.