ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2526
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F.C. Vogel
- M.C. Verra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, van Rwandese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier om gezinsleven in Nederland voort te zetten met zijn partner en kinderen. Verweerder wees dit verzoek af vanwege twijfels over identiteit en nationaliteit van eiser en het ontbreken van een objectieve belemmering om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan het belang van eiser en zijn gezin, met bijzondere nadruk op het belang van het kind zoals vereist door artikel 8 EVRM Pro en relevante jurisprudentie van het EHRM. Tevens wordt vastgesteld dat het door eiser overgelegde paspoort een sterke bewijskracht heeft en dat de twijfels van verweerder op basis van een individueel ambtsbericht onvoldoende overtuigen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt een voorlopige voorziening toegewezen waardoor uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging en verweerder moet een nieuw besluit nemen.