ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7068
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- E.J.M. Janssen
- J. Schukking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van gezinsleven en verblijf buiten schuld niet mogelijk
Eiser, een staatloze verblijvend sinds 2003 in Nederland, verzocht meerdere keren om een verblijfsvergunning regulier onder de beperkingen gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro en verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Deze aanvragen werden afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank beoordeelde of verweerder de belangen van eiser en zijn minderjarige Nederlandse kinderen voldoende had meegewogen in de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. Hoewel eiser aantoonde betrokken te zijn bij de opvoeding, concludeerde de rechtbank dat verweerder de belangen van de kinderen niet op juiste wijze had betrokken, maar dat dit niet leidde tot vernietiging van het besluit omdat het belang van de Nederlandse overheid bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder woog.
Verder onderzocht de rechtbank of eiser rechten kon ontlenen aan het Unierecht, mede naar aanleiding van het arrest Ruiz Zambrano. De situatie van eiser verschilde echter van die zaak, en eiser slaagde er niet in aan te tonen dat hem het effectieve genot van aan het Unierecht ontleende rechten werd ontzegd. Ook het beroep op vrijstelling van het mvv-vereiste wegens verblijf buiten zijn schuld werd afgewezen, omdat Macedonische autoriteiten medewerking aan terugkeer hadden toegezegd.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging en de toepassing van het vreemdelingenbeleid rechtmatig waren, en wees zowel het beroep als de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de verblijfsvergunningen en de afwijzing van de voorlopige voorzieningen.