ECLI:NL:RVS:2007:BA0673
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Minister wijst aanvraag wijziging verblijfsvergunning regulier af wegens medische omstandigheden
De minister heeft op 19 januari 2004 een aanvraag van een vreemdeling om wijziging van zijn verblijfsvergunning regulier met beperkingen afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond, waarna de rechtbank wederom het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of medische omstandigheden bijzondere individuele omstandigheden zijn in de zin van artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000, die een verblijfsvergunning regulier onder beperking kunnen rechtvaardigen. De minister stelde dat medische omstandigheden reeds in de vreemdelingenwetgeving en het beleid zijn geregeld en daarom niet als bijzondere individuele omstandigheden kunnen gelden.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling zich moet richten op de specifieke verblijfsdoelen die in de wet en het beleid zijn opgenomen voor medische noodsituaties en behandeling. De medische omstandigheden van de vreemdeling vallen onder deze specifieke regelingen en niet onder artikel 3.52. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2007.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de aanvraag blijft in stand.