ECLI:NL:RVS:2012:BW1417
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen bijzondere individuele omstandigheden voor verblijfsvergunning regulier in mensenhandelzaak
De vreemdeling, slachtoffer van mensenhandel uit Gambia, verzocht om verlenging en wijziging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister wees dit af en trok de vergunning in. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde de minister dat de vreemdeling zich als alleenstaande vrouw in Gambia staande had weten te houden en dat er geen praktijk van vervolging van slachtoffers van mensenhandel in Gambia bestaat. Tevens wees de minister op het beleid rond medische behandeling als grond voor verblijfsverlening.
De Raad van State oordeelde dat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de maatschappelijke en sociale herintegratie niet in de weg staat. Psychische problemen kunnen alleen als zelfstandige grond worden beoordeeld binnen de medische behandeling. De minister stelde terecht dat geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000 aanwezig zijn.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.