ECLI:NL:RVS:2006:AZ0849
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over sluiting café wegens bestuursdwang zonder termijnstelling
De burgemeester van Rotterdam heeft op 5 oktober 2004 het door appellant geëxploiteerde café met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van een jaar en de exploitatievergunning ingetrokken vanwege de vondst van harddrugs en wapens in het café. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door de burgemeester werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het besluit tot bestuursdwang een schriftelijke beschikking is waarop artikel 5:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Dit artikel vereist dat in het besluit een termijn wordt gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging kan voorkomen door zelf maatregelen te treffen, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet. In dit geval heeft de burgemeester geen termijn gesteld en slechts een onmiddellijke sluiting bevolen zonder motivering waarom de spoed het stellen van een termijn verhinderde.
De Raad van State stelt vast dat het tijdsverloop tussen de constatering van de overtreding in juli 2004 en het sluitingsbevel in oktober 2004 zodanig is dat enige motivering vereist was. Omdat de burgemeester deze motivering niet heeft gegeven, kan het besluit tot sluiting niet stand houden. De intrekking van de exploitatievergunning wordt echter bevestigd. De zaak wordt terugverwezen zodat de burgemeester opnieuw kan beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het café wordt vernietigd wegens het ontbreken van een termijnstelling, de intrekking van de vergunning wordt bevestigd.