Uitspraak
200409930/1) heeft overwogen, mag de raad bij beantwoording van de vraag of schade door aankoop, onteigening of anderszins voldoende is verzekerd in evenbedoelde zin rekening houden met alle relevante feiten en omstandigheden.
Raad van State
Appellant, de raad van de gemeente Enschede, wees een verzoek tot vergoeding van planschade af, waarop [verzoeker] bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Almelo. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van de raad. De raad stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De zaak betrof planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan "De Groote Plooy", dat de vestiging van een bierbrouwerij mogelijk maakte. [Verzoeker] leed schade door waardevermindering van haar woning. De raad stelde dat de schade reeds voldoende was verzekerd via een grondruilovereenkomst uit 1999, waarbij een overwaarde werd betaald die de schade overschreed.
De rechtbank oordeelde dat [verzoeker] onvoldoende kenbaar was dat de grondruil mede diende ter vergoeding van de planschade, maar de Raad van State stelde vast dat de vergoeding van de schade voldoende anderszins verzekerd was. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van [verzoeker] wordt ongegrond verklaard omdat de planschade reeds voldoende was verzekerd via de grondruilovereenkomst.