ECLI:NL:RVS:2003:AF2905
Raad van State
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- E.M.H. Hirsch Ballin
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO na onherroepelijk worden vrijstellingsbesluit
Appellanten verzochten de raad van Heerde om schadevergoeding wegens waardevermindering van hun woning door een vrijstellingsbesluit voor het oprichten van een schermhal. De raad wees dit verzoek af en handhaafde dit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de datum waarop het besluit rechtskracht krijgt, en niet de datum van onherroepelijk worden, beslissend is voor het vaststellen of schade is geleden. De aanvraag van appellanten was ingediend na de datum waarop het besluit onherroepelijk werd, maar de raad en rechtbank gingen uit van een andere peildatum. Hierdoor is het hoger beroep gegrond en worden de eerdere uitspraken vernietigd.
De raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellanten. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 49 WRO Pro met betrekking tot de peildatum voor schadevergoeding na een vrijstellingsbesluit.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad worden vernietigd en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.