ECLI:NL:PHR:2007:BB3776
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking bebouwingsmogelijkheden en schadevergoeding: formele rechtskracht en bestuursrechtelijke exclusiviteit
In deze zaak vorderen eiseressen schadevergoeding van de gemeente wegens beperkingen in de bebouwingsmogelijkheden van hun perceel door het bestemmingsplan "Boulevard". De bestuursrechter heeft reeds geoordeeld dat schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO Pro alleen mogelijk is voor schade veroorzaakt door een onherroepelijk bestemmingsplan en dat het plan formele rechtskracht bezit. De civiele rechter is volgens het hof niet bevoegd om over deze schade te oordelen, mede vanwege de exclusiviteit van de bestuursrechtelijke schadevergoedingsregeling en de formele rechtskracht van het bestemmingsplan.
Eiseressen stelden dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het opwekken en vervolgens schenden van vertrouwen omtrent de bouwmogelijkheden. De Hoge Raad bevestigt dat de formele rechtskracht van het bestemmingsplan ook doorwerkt naar voorbereidingshandelingen en dat een civiele vordering op grond van schending van opgewekt vertrouwen niet ontvankelijk is zolang het bestuursrechtelijke rechtsmiddel openstaat of is uitgeput.
De Hoge Raad benadrukt de taakverdeling tussen bestuursrechter en civiele rechter en wijst erop dat eventuele conflicten met het EVRM binnen de bestuursrechtelijke procedure moeten worden aangevochten. De vorderingen van eiseressen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest bevestigt het belang van formele rechtskracht en exclusiviteit van bestuursrechtelijke schadevergoedingsregelingen bij planologische beperkingen.
Uitkomst: De civiele vordering tot schadevergoeding wegens beperkingen in bebouwingsmogelijkheden wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege formele rechtskracht en exclusiviteit van bestuursrechtelijke procedures.