ECLI:NL:PHR:2010:BL1634
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing Matser/Markus-leer bij waardebepaling onteigende grond met bestemmingsplan in procedure
In deze zaak staat de schadeloosstelling centraal voor onteigende percelen grond in de Gemeente Bleiswijk ten behoeve van de reconstructie van de Nieuwe Hoefweg (N209). De onteigening zelf is niet betwist, maar de hoogte van de vergoeding en de toepassing van de Matser/Markus-leer zijn onderwerp van geschil.
De rechtbank had bij de waardebepaling rekening gehouden met een bestemmingsplan Nieuwe Hoefweg (N209) dat nog in procedure was, en dit plan niet buiten toepassing van artikel 40c Ow gelaten. De Hoge Raad stelt dat een bestemmingsplan dat nog in procedure is, wel degelijk kan worden betrokken bij de waardebepaling als redelijk handelende partijen verwachten dat het plan in werking zal treden, tenzij sprake is van een dwangbestemming volgens de Matser/Markus-leer.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de Matser/Markus-leer te eng heeft uitgelegd door te stellen dat er een dictaat van hogere overheden moet zijn. In deze zaak was de gemeente Bleiswijk nauw betrokken bij de plannen en gebonden aan afspraken met Rijk en Provincie, waardoor het bestemmingsplan nauw samenhangt met het werk waarvoor onteigend wordt. Hierdoor had het bestemmingsplan buiten toepassing van artikel 40c Ow moeten blijven.
Verder behandelt de Hoge Raad andere geschilpunten zoals de complexwaarde, planschadevergoeding onder artikel 40e Ow, waardevermindering van het overblijvende en vergoeding van kosten juridische bijstand. De meeste klachten worden verworpen, behalve de onjuiste toepassing van de Matser/Markus-leer en de motiveringsklacht over het buiten beschouwing laten van het bestemmingsplan. De Hoge Raad vernietigt het tussenvonnis en eindvonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het tussenvonnis en eindvonnis van de rechtbank worden vernietigd wegens onjuiste toepassing van de Matser/Markus-leer en onvoldoende motivering.