ECLI:NL:PHR:2010:BL1647
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling en schadeloosstelling bij vervroegde onteigening en invloed bestemmingsplan
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen vonnissen van de rechtbank Rotterdam inzake de schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van een perceel ten behoeve van de reconstructie van de Nieuwe Hoefweg (N209) in de voormalige gemeente Bleiswijk.
De kern van het geschil betreft de waardebepaling van het onteigende perceel, met name of rekening gehouden moet worden met een bestemmingsplan dat nog in procedure was ten tijde van de peildatum, en de toepassing van de Matser/Markus-leer die bepaalt wanneer een bestemmingsplan als plan voor het werk moet worden gezien en buiten beschouwing moet blijven bij waardebepaling. De rechtbank had het bestemmingsplan Nieuwe Hoefweg (N209) ondanks dat het nog in procedure was, meegenomen in de waardebepaling, hetgeen in cassatie deels werd bekritiseerd.
De Hoge Raad oordeelt dat ook een bestemmingsplan dat nog in procedure is, in beginsel moet worden meegewogen indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat het plan in werking zal treden, tenzij het plan een dwangbestemmingsplan is zoals bedoeld in de Matser/Markus-leer. In deze zaak was het bestemmingsplan zo nauw verbonden met het werk waarvoor onteigend werd dat het buiten beschouwing had moeten blijven. Verder behandelt de Hoge Raad diverse andere geschilpunten, zoals de toepassing van artikel 40e Ow over waardevermindering door bestemmingsplannen, de vergoeding voor waardevermindering van het overblijvende, en de vergoeding van kosten voor juridische en deskundige bijstand.
De Hoge Raad vernietigt het tussenvonnis en het eindvonnis van de rechtbank Rotterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnissen en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met correcte toepassing Matser/Markus-leer.