ECLI:NL:RVS:2003:AF2900
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- E.M.H. Hirsch Ballin
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vaststelling peildatum voor schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO bij bestemmingsplannen
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woonboerderij door bepalingen van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein De Groeve” vastgesteld door de gemeente Zuidlaren. De gemeenteraad van Tynaarlo wees dit verzoek af omdat appellant zijn woning had verkocht voordat het bestemmingsplan onherroepelijk werd.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO Pro alleen mogelijk is nadat het bestemmingsplan in rechte onaantastbaar is geworden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat sinds 1 januari 1994 de datum van rechtskracht en onherroepelijkheid van een bestemmingsplan kunnen verschillen, waardoor schade ook kan ontstaan in de periode dat het besluit rechtskracht heeft maar nog niet onherroepelijk is.
De Afdeling oordeelt dat in dat geval de schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO Pro mogelijk is indien het besluit later alsnog onherroepelijk wordt. De datum van rechtskracht is dan beslissend voor de vraag of schade is geleden. Een verzoek om schadevergoeding kan pas inhoudelijk worden behandeld nadat het besluit onherroepelijk is geworden.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de gemeenteraad, verklaart het beroep gegrond en draagt de raad op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt zij de raad in de proceskosten en vergoedt griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het besluit van de gemeenteraad en draagt op tot een nieuw besluit met inachtneming van de juiste peildatum voor schadevergoeding.