Eisers vorderden een hogere tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het inpassingsplan voor de aanleg van een 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Wateringen en Zoetermeer. Verweerder had eerder een vergoeding toegekend op basis van een taxatie door een adviesbureau, waarbij rekening was gehouden met waardevermindering door planologische wijziging, geluid en magnetische velden.
Eisers stelden dat de peildatum onjuist was gekozen, dat de maximale belasting van de hoogspanningslijnen hoger kan zijn dan aangenomen, dat geluidsoverlast en gezondheidsrisico’s onvoldoende waren meegewogen en dat de taxatie niet overeenkwam met de WOZ-waarde. De rechtbank oordeelde dat de peildatum correct was vastgesteld op het moment van rechtskracht van het plan, dat de jaargemiddelde belasting van 30% reëel is, dat wetenschappelijk geen causaal verband is aangetoond tussen hoogspanningslijnen en gezondheidsrisico’s, en dat geluidsoverlast binnen de normen blijft.
Verder werd het verschil tussen de taxatiewaarde en WOZ-waarde verklaard door het verschil tussen planologische maximale invulling en feitelijke situatie. De rechtbank vond de motivering van verweerder en het adviesbureau voldoende en verklaarde het beroep ongegrond.