Eisers vorderden een hogere tegemoetkoming in planschade vanwege de waardevermindering van hun woning door de aanleg van de 380 kV hoogspanningslijn Zuidring tussen Wateringen en Zoetermeer. Verweerder kende aanvankelijk een vergoeding toe van €14.200, maar wees het bezwaar van eisers af. Eisers stelden onder meer dat de peildatum onjuist was, dat geluidsoverlast, gezondheidsrisico's en andere nadelige effecten onvoldoende waren meegenomen, en dat de waardedaling groter was dan erkend.
De rechtbank overwoog dat de juiste peildatum voor de planschadeberekening de dag na de definitieve uitspraak van de Raad van State was, namelijk 29 december 2010. De rechtbank nam het advies van het door verweerder ingeschakelde adviesbureau A als uitgangspunt, dat een waardedaling van €23.500 aannam, waarvan €14.200 redelijkerwijs vergoedbaar was. De door eisers overgelegde contra-expertise van adviesbureau B werd verworpen vanwege onjuiste peildatum en onjuiste aannames over gezondheidsrisico's.
De rechtbank oordeelde dat er geen causaal verband is aangetoond tussen wonen nabij hoogspanningslijnen en gezondheidsrisico's zoals leukemie of Alzheimer, en dat de vrees hiervoor niet tot vergoeding leidt. Ook achtte de rechtbank de gehanteerde belasting van de hoogspanningslijn op 30% reëel en voldoende onderbouwd. De verschillen tussen WOZ-waarde en taxaties werden als verklaarbaar en niet onredelijk beoordeeld.
Gelet op het voorgaande concludeerde de rechtbank dat verweerder het besluit tot afwijzing van het bezwaar terecht heeft gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond.