ECLI:NL:RVS:1998:AB2023
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van informatieverstrekking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur inzake gegevens BVD
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om inzage in documenten met betrekking tot gegevens die de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over hem had geregistreerd. De Minister weigerde bepaalde informatie te verstrekken vanwege de mogelijke schending van de veiligheid van de Staat, zoals bepaald in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wob.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond omdat de Minister niet alle krantenknipsels had verstrekt. De Minister verstrekte daarop een samenvatting van de overige documenten en hield vast aan de weigering van inzage in informatie die inzicht geeft in bronnen en werkwijzen van de BVD.
De Raad van State oordeelt dat de Minister terecht informatie die het actuele kennisniveau en werkwijzen van de BVD kan schaden, achterwege laat. Niet-actuele gegevens, zoals die uit de context van de Koude Oorlog, kunnen in beginsel wel worden verstrekt. Het beroep van appellant op verstrekking van originele documenten in plaats van samenvattingen wordt verworpen, gelet op artikel 7 Wob Pro en de aard van de informatie.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de Minister terecht informatie over actuele kennis en werkwijzen van de BVD niet verstrekt, maar niet-actuele gegevens wel mogen worden verstrekt.