ECLI:NL:RBSHE:2001:AB2048
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.M.C. Schoemaker
- J.W. Brunt
- W.C.E. Winfield
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot inzage BVD-onderzoekgegevens in kader asielprocedure wegens staatsveiligheid
Eiser, een asielzoeker, verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om inzage in onderzoeksgegevens van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) die ten grondslag lagen aan de afwijzing van zijn asielaanvraag. Verweerder weigerde dit verzoek vanwege het belang van de staatsveiligheid, gesteund op artikel 10 lid 1 sub b Wob Pro.
Eiser stelde dat deze weigering zijn recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) schaadt en dat ten minste een geanonimiseerde of samengevatte versie van de gegevens verstrekt had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat de weigering gerechtvaardigd is omdat openbaarmaking het actuele kennisniveau van de BVD zou prijsgeven, een actueel onderwerp voor de dienst.
De rechtbank nam kennis van de stukken op grond van artikel 8:29 Awb Pro en verwierp het betoog van eiser dat artikel 8:32 Awb Pro had moeten worden toegepast om zijn gemachtigde inzage te geven. De rechtbank stelde vast dat de Wob een dwingende regeling kent die het belang van staatsveiligheid niet afweegt tegen het belang van eiser.
Ten slotte overwoog de rechtbank dat de weigering in de Wob-procedure niet betekent dat eiser in de asielprocedure zelf geen inzage kan verkrijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen werden niet veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot inzage in BVD-onderzoekgegevens wordt ongegrond verklaard.