Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
(…) Belanghebbende en diens gemachtigde worden verzocht om voor de maanden september en oktober hun verhinderdata door te geven, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij het (opnieuw) plannen van de zitting. De rechtbank wijst erop dat de zitting niet nogmaals zal worden uitgesteld.”
(…) De rechtbank verwijst naar haar brief van 19 augustus 2025. In die brief staat dat het uitstelverzoek voor de (eerder geplande) zitting van 22 augustus 2025 akkoord is bevonden, met de uitdrukkelijke mededeling dat geen verder uitstel meer zal worden verleend.”
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Aangegeven inkomen box 1 € 16.468
ik zit met een probleem. Om de administraties van 2018 en 2019 af te kunnen ronden heb ik [vader en zoon] nog een aantal vragen gesteld over grote posten die ik niet kan thuisbrengen. Ik hoor nu dat de zoon, die de stukken zou aanleveren, ziek is van Corona. Daarnaast moeten beide heren blijkbaar een moeilijk examen doen op 1 april en verzoeken ze om de controle te mogen uitstellen tot na 1 april. Kunt u hiermee akkoord gaan?”
Aangegeven inkomen box 1 € 25.643
“2.3.1Bewaarplicht
- Belanghebbende is ondernemer voor de inkomstenbelasting en is in die hoedanigheid verplicht een administratie te voeren;
- Belanghebbende heeft de financiële administratie in eerste aanleg volledig uitbesteed aan een adviseur (de heer [boekhouder] ) zonder daarbij toezicht te houden op de aangiften die de adviseur voor hem indiende;
- De samenwerking met de oude adviseur was zeer onzorgvuldig te noemen. De oude adviseur
- Belanghebbende moet hebben geweten dat de aangiften die de oude adviseur voor hem indiende onvolledig waren gezien de verhouding van de te betalen belasting ten opzichte van de behaalde resultaten;
- Na beëindiging van de verstoorde relatie met de oude adviseur heeft belanghebbende de administratie zelfstandig opgepakt;
- Belanghebbende heeft onvoldoende kennis van de fiscale wetgeving, maar heeft gedurende het controletijdvak nagelaten op zoek te gaan naar een professional om zijn administratie over het controletijdvak volledig en juist te verwerken/te herstellen;
- Belanghebbende moet hebben geweten dat de resultaten zoals gepresenteerd in de fiscale aangiften niet volledig zijn geweest. Door geen controle te houden op de ingediende aangiften en niet tijdig actie te ondernemen wanneer is gebleken dat de oude adviseur zijn werkzaamheden niet op de juiste wijze verrichtte heeft belanghebbende dermate lichtvaardig gehandeld en daarmee de kans dat aangiften onjuist werden ingediend en aanslagen tot een te laag bedrag werden vastgesteld aanvaard.
- Belanghebbende heeft zich op enig moment vergewist van het felt dat hij en zijn echtgenote de boekhouding niet zelfstandig konden voeren;
- Belanghebbende is daarom op zoek gegaan naar een professional om zijn boekhouding te verwerken en de fiscale aangiften in te dienen;
- Belanghebbende maakt sinds enkele jaren gebruik van de boekhoud- en advieswerkzaamheden van adviseur mevrouw [adviseur] ;
- Ten tijde van het vooraankondigen van het boekenonderzoek (19 november 2018) maakte belanghebbende nog geen gebruik van de kwaliteiten van mevrouw [adviseur] ;
- Het contact met de nieuwe adviseur is pas ná de vooraankondiging van het boekenonderzoek ontstaan;
- Echter gedurende het boekenonderzoek heeft belanghebbende er samen met de nieuwe adviseur voor gezorgd dat de volledige financiële administratie opnieuw werd opgezet;
- Belanghebbende heeft daarom, in samenwerking met zijn adviseur, goed meegewerkt aan het boekenonderzoek en probeert vanaf heden de administratie op dusdanige wijze te voeren zoals van een ondernemer mag worden verwacht.
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met betrekking tot de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 en de daarbij horende boetebeschikking en belastingrentebeschikking gegrond;
- verklaart het beroep met betrekking tot de boetebeschikking die is opgelegd bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar die betrekking heeft op de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 en de daarbij horende boetebeschikking en belastingrentebeschikking;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die betrekking heeft op de boetebeschikking opgelegd bij de navorderingaanslag IB/PVV 2018;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 en de daarbij vastgestelde boetebeschikking en belastingrentebeschikking;
- vernietigt de boetebeschikking opgelegd bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2018;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 400;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 100;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van