ECLI:NL:RBZWB:2026:6691
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht, wel vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €755 die door de inspecteur is opgelegd. De rechtbank beoordeelt of de aanslag terecht is en of belanghebbende recht heeft op een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld. De herleidingsmethode kan niet worden toegepast en de CO2-uitstoot moet worden vastgesteld op 145 g/km WLTP, conform de aanpassing in het kentekenregister. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade of een schadeverleden die de handelsinkoopwaarde zou verlagen.
Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep met ongeveer achttien maanden overschreden. Daarom kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van €1.500, waarvan €250 voor rekening van de inspecteur komt en €1.250 voor rekening van de Staat. Daarnaast worden proceskosten van €233,50 aan belanghebbende toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt gehandhaafd, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.