ECLI:NL:RBZWB:2026:6689
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM ongegrond, wel vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen BPM voor twee voertuigen, waarbij hij de taxatiemethode toepaste om de waarde te bepalen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat de taxatierapporten niet de juiste staat van de voertuigen weerspiegelen en essentiële gebreken bevatten. De rechtbank oordeelt dat de taxatiemethode niet kan worden toegepast omdat de voertuigen ofwel hersteld waren ofwel zodanige gebreken hadden dat ze niet aan het verkeer konden deelnemen.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende de door hem opgevoerde schades niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de afschrijvingstabel van vóór 1 juli 2023 moet worden toegepast. Het beroep tegen de naheffingsaanslagen wordt daarom ongegrond verklaard.
Wel kent de rechtbank belanghebbende een vergoeding van immateriële schade toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van het bezwaar en beroep. De overschrijding bedraagt ongeveer dertien maanden, wat leidt tot een vergoeding van € 1.500. Daarnaast worden proceskosten voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding toegekend. Het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Beroepen tegen naheffingsaanslagen BPM ongegrond verklaard, wel vergoeding immateriële schade van € 1.500 toegekend wegens termijnoverschrijding.