Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Feiten & procesverloop
- Kadastraal nummer [kadastraal nummer 1] betreft het adres [adres 2] , [postcode] [woonplaats] (hierna aangeduid als [perceel 1] );
- Kadastraal nummer [kadastraal nummer 2] betreft het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] (hierna aangeduid als [perceel 2] ).
- Perceeloppervlakte 2.770m2;
- Circa 5 opstallen, waaronder een vrijstaand bijgebouw (oorspronkelijk behorend bij het object met huisnummer [nummer 2] ) met bouwjaar 1990 en beschikkend over faciliteiten die ook kenmerkend zijn voor een gebouw dat geschikt is voor bewoning;
- De gebruiksoppervlakte van het vrijstaande bijgebouw is 89m2.
- Perceeloppervlakte 610m2;
- Eén opstal, zijnde een vrijstaande woning met bouwjaar 1966;
- De gebruiksoppervlakte van de vrijstaande woning is 160m2.
huisnummer [nummer 2]is sinds de aankoop
in gebruik bij de [ouders] zelf, als woonruimte. Deze situatie is tot op het moment van de zitting ongewijzigd.
huisnummer [nummer 1]werd na de aankoop
gehuurd door belanghebbendevan de [ouders] als (op zichzelf staande) woonruimte. De huidige status is dat het object met huisnummer [nummer 1] een vergunningvrije mantelzorgwoning is, die (naar de rechtbank begrijpt) voldoet aan de landelijke regels over huisvesting in verband met mantelzorg.
samenstelaangemerkt, waarbij het object met huisnummer [nummer 2] is aangemerkt als woning en het object met huisnummer [nummer 1] als bijgebouw.
- Een WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2024 gekoppeld aan het adres [adres 1] , bestaande uit de kadastrale percelen [perceel 1] én [perceel 2]
- De bijbehorende aanslag onroerendezaakbelasting, zijnde € 847,33.
- Een WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2024 gekoppeld aan het adres [adres 2] , bestaande uit het kadastrale [perceel 1] en de daarop aanwezige opstallen naar een waarde van
- Een WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2024 gekoppeld aan het adres [adres 1] , bestaande uit het kadastrale [perceel 2] en het daarop aanwezige opstal naar een waarde van
- Specifieke toerekening van grond aan de 2 objecten heeft niet plaatsgevonden.
- De nieuw vastgestelde objectafbakening – waarbij niet langer sprake is van een samenstel – blijft gehandhaafd;
- De WOZ-waarde behorende bij het adres [adres 2] wordt verlaagd naar
- De WOZ-waarde behorende bij het adres [adres 1] wordt verlaagd naar
- De bijbehorende aanslagen OZB worden naar evenredigheid verlaagd;
- Specifieke toerekening van grond aan de 2 objecten heeft niet plaatsgevonden.
- De nieuw vastgestelde objectafbakening blijft gehandhaafd;
- De WOZ-waarde behorende bij het adres [adres 2] wordt verlaagd naar
- De WOZ-waarde behorende bij het adres [adres 1] wordt gehandhaafd op
- De aanslag OZB voor [adres 2] wordt wederom naar evenredigheid verlaagd.
- Aan huisnummer [nummer 1] in totaal
- 50% van kavelnummer [perceel 1] , oftewel 50% van 2.770m2, oftewel 1.385m2;
- Aan huisnummer [nummer 2] in totaal
Beoordeling door de rechtbank
periode 2017-2021geen beschikking aan
belanghebbendeis opgelegd. De reden daarvoor is dat de [ouders] eigenaren waren van het geheel. Belanghebbende was als huurder de feitelijk gebruiker van de opstal met huisnummer [nummer 1] , maar huurders worden niet geconfronteerd met de heffing van OZB, omdat de onroerendezaakbelastingen sinds 1 januari 2006 geen gebruikerstarief meer kent (alleen een eigenaren-tarief).
samenstelvan de onroerende zaken in de zin van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ. De planologische omstandigheden ter plaatste spelen bij toepassing van artikel 16 van Pro de Wet WOZ geen rol. Bij de beoordeling van de waardebepaling is dat anders, daar komt de rechtbank in het onderstaande op terug.
- Dierenverblijf
- Werktuigenberging / wagenloods (open)
- Berging / schuur
- Garage vrijstaand
- Hobbykas
- dat de onroerende zaak [adres 2] terecht is aangemerkt als afzonderlijk af te bakenen object;
- met een eigen overkapping/luifel;
- waaraan 1.940m2 grond moet worden toegerekend; en
- waaraan 50% van de onderdelen zoals genoemd in rechtsoverweging 3. [adres 2] moet worden toegerekend.
het vertrouwensbeginsel, slaagt dat niet. Juist omdat de objectafbakening rechtstreeks uit de wet voortvloeit en de heffingsambtenaar daarin geen beleidsvrijheid heeft, moet een fout ten aanzien van de objectafbakening in vrijwel alle gevallen worden hersteld.
het verbod van‘
reformatio in peius’). [7] De waarde van de onroerende zaken in de oorspronkelijke beschikking (toen nog als samenstel) was € 817.000. De waarde van de onroerende zaken naar de huidige stand van het geding (de ambtshalve vermindering van 10 december 2024) is € 909.000. [8] De rechtbank vult in zoverre de rechtsgronden aan, dat zij de beschrijving van belanghebbende opvat als een beroep op het verbod van ‘reformatio in peius’.
- € 614.000, bij beschikking van 30 september 2024;
- € 606.000, bij beschikking van 21 november 2024 (de uitspraak op bezwaar);
- € 431.000, bij beschikking van 10 december 2024 (de ambtshalve vermindering);
- € 205.000, bij brief van 19 maart 2025 (het compromisvoorstel).
€ 71.667.
onvoldoende heeft onderbouwd.
€ 116.340. Opmerking verdient dat de heffingsambtenaar en de taxateur zich zichtbaar inspanningen hebben getroost om de waardebepaling niet in het nadeel van belanghebbende uit te laten pakken. Dat blijkt uit alinea 3 van onderdeel 4.3 van het verweerschrift. Dat laat zich als volgt toelichten.
€ 17.674. In dit verband heeft belanghebbende ter zitting aangedragen dat alles op het terrein gezamenlijk en zonder beperkingen over en weer wordt gebruikt.
- toerekening van minder grond, namelijk 1.690m2 in plaats van 1.995m2;
- toerekening van 50% van de ‘overige delen’.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep betreffende [adres 1] (zaaknummer 25 /245) gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende [adres 1] , maar bepaalt tegelijkertijd dat de rechtsgevolgen van die uitspraak op bezwaar in stand blijven;
- verklaart het beroep betreffende [adres 2] (zaaknummer 25 /246) gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende [adres 2] ;
- vermindert de WOZ-waarde van [adres 2] tot een bedrag van € 170.000 en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 25 ,03 aan proceskosten aan belanghebbende.