ECLI:NL:RBZWB:2026:4880
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet-betaling dwangsom en overschrijding redelijke termijn inzake Wjsg-verzoek
Eiser verzocht het college om inzage in zijn strafvorderlijke gegevens op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Het college gaf deels inzage, maar stelde zich op het standpunt dat niet alle gegevens verstrekt hoefden te worden en weigerde betaling van een verbeurde dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is voor het niet betalen van de dwangsom van € 1.442,-, omdat het college te laat een besluit nam op het bezwaar. Voor het overige is het beroep ongegrond, onder meer omdat de zoekslag naar gegevens voldoende was en het recht op een volledig dossier niet bestaat.
Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling overschreden met drie maanden, waardoor de Staat een immateriële schadevergoeding van € 500,- moet betalen. Het college moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
De rechtbank wijst het standpunt van het college af dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn omdat de gemachtigde geen advocaat is. De gemachtigde was immers door eiser schriftelijk gemachtigd.
De uitspraak bevestigt de rechten van betrokkenen op tijdige besluitvorming en correcte betaling van dwangsommen bij Wjsg-verzoeken.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor het niet betalen van de dwangsom en overschrijding redelijke termijn, met toekenning van dwangsom, schadevergoeding en proceskosten aan eiser.