ECLI:NL:RVS:2022:148
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over inzagerecht en verstrekking persoonsgegevens politie
Appellante verzocht de korpschef van politie om inzage in de persoonsgegevens die over haar worden verwerkt en om te weten aan wie deze zijn verstrekt, naar aanleiding van een disciplinair onderzoek tegen een wijkagent waarbij haar gegevens zonder toestemming werden gedeeld.
De korpschef had meerdere besluiten genomen over het verzoek, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak eerder oordeelde dat het overzicht van persoonsgegevens niet voldeed aan wettelijke eisen en een nieuw besluit moest worden genomen. Bij het besluit van 23 november 2020 werd een overzicht verstrekt, maar appellante stelde dat dit onvolledig en onduidelijk was.
De Afdeling stelde vast dat de korpschef niet alle relevante persoonsgegevens had opgenomen en appellante niet opnieuw had gehoord over nieuwe feiten, waardoor het besluit vernietigd werd. Tegelijkertijd oordeelde de Afdeling dat de verstrekte overzichten voldoen aan de eisen van de AVG en dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven.
Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er meer persoonsgegevens zijn dan vermeld en dat de korpschef onvolledig zou zijn geweest in zijn onderzoek. De Afdeling bepaalde dat de korpschef geen nieuw besluit hoeft te nemen en dat appellante het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef van 23 november 2020 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.