ECLI:NL:RBZWB:2026:2435
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland om haar vertrek uit Nederland ambtshalve in de Basisregistratie Personen (BRP) op te nemen. Het college had vastgesteld dat eiseres niet meer op het geregistreerde adres woonde en geen aangifte van verhuizing had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht het vertrek van eiseres in de BRP heeft opgenomen, omdat aan alle drie de voorwaarden van artikel 2.22, eerste lid, van de Wet BRP was voldaan: eiseres was onbereikbaar, had geen wijziging van adres doorgegeven en na gedegen onderzoek kon geen verblijfplaats worden achterhaald. Eiseres erkende niet meer op het adres te verblijven en was ondergedoken.
De rechtbank wees erop dat de BRP geen ruimte biedt voor belangenafwegingen of een hardheidsclausule en dat het vertrek ook kan worden geregistreerd als de verblijfplaats onbekend is. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP wordt ongegrond verklaard.