ECLI:NL:RVS:2021:59
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit BRP wegens onbekend verblijfadres ondanks bereikbaarheid
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente schreef een ingezetene ambtshalve uit de basisregistratie personen (BRP) omdat zijn recreatiewoning was verwijderd en hij geen nieuw woonadres had opgegeven. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de ingezetene tegen deze uitschrijving ongegrond. De ingezetene was wel telefonisch en per e-mail bereikbaar, maar weigerde zijn verblijfplaats kenbaar te maken, waardoor het college hem niet kon bereiken in de zin van de Wet BRP.
De echtgenote van de ingezetene, als erfgename, zette het hoger beroep voort en stelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat het adres van de dochter als briefadres had moeten worden geregistreerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college geen aanknopingspunten had om verder onderzoek te doen naar een nieuw adres en dat het niet verplicht was een briefadres te registreren als de ingezetene stelde een woonadres te hebben, maar dit niet kon specificeren.
De rechtbank en de Afdeling concludeerden dat het college terecht had gehandeld door de ingezetene uit te schrijven met onbekende bestemming, omdat hij geen concreet woonadres had opgegeven en niet bereikbaar was in de wettelijke zin. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht de ingezetene ambtshalve heeft uitgeschreven uit de BRP wegens onbekend verblijfadres.