Uitspraak
Datum uitspraak: 2 augustus 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Deurne heeft appellant uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) en zijn vertrek naar 'land onbekend' geregistreerd nadat hij niet tijdig een woonadres of verlenging van het briefadres had opgegeven.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze uitschrijving en stelde dat hij wel bereikbaar was en dat het college geen gedegen onderzoek had verricht. De rechtbank oordeelde echter dat aan de wettelijke voorwaarden voor uitschrijving was voldaan en wees het beroep af. Appellant stelde ook dat het college een dwangsom verschuldigd was wegens niet tijdig beslissen en dat hij recht had op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld bij de uitschrijving, omdat appellant niet kon worden bereikt in de zin van de Wet brp en geen nieuwe aangifte had gedaan. Wel is geoordeeld dat de procedure langer dan redelijk was, waardoor appellant recht heeft op een forfaitaire schadevergoeding van € 2.500,00.
Daarnaast is het verzoek om vergoeding van proceskosten deels toegewezen voor reiskosten, maar niet voor kosten van rechtsbijstand of verletkosten. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en bevestigd voor het overige.
De Afdeling veroordeelt het college tot betaling van de schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan appellant.
Uitkomst: Het college is veroordeeld tot betaling van € 2.500,00 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van reiskosten van € 86,86; de uitschrijving uit de brp is rechtmatig.