ECLI:NL:RBZWB:2026:2185

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
11639470 \ CV EXPL 25-1675 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:228 BWArt. 6:119 BWArt. 3:37 lid 3 BWArt. 6:248 lid 1 BWArt. 6:248 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank bevestigt rechtsgeldige opzegging en ontruiming jaarplaatsen vakantiepark met aanvullende schadevergoeding

Deze civiele zaak betreft de opzegging en ontruiming van gehuurde jaarplaatsen op een vakantiepark, waarbij de kantonrechter de vorderingen van het vakantiepark grotendeels toewijst.

De huurders hadden jaarplaatsen waarop zij stacaravans plaatsten, met toepassing van de Recron-voorwaarden. Het vakantiepark voerde een herstructurering door, gericht op toeristische verhuur aan gezinnen, en zegde de huurovereenkomsten op met inachtneming van de contractuele opzegtermijn en voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een voldoende concreet en uitvoerbaar herstructureringsplan en dat de opzegging rechtsgeldig is.

Hoewel het vakantiepark een vergoeding voor verplaatsingskosten aanbood conform de Recron-voorwaarden, oordeelt de rechtbank dat voor huurders die permanent in hun stacaravan verblijven een aanvullende schadevergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid op zijn plaats is. De zaak wordt verwezen naar schadestaat voor de hoogte van deze vergoeding.

De huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening, met een dwangsom bij niet-naleving. Het vakantiepark wordt veroordeeld tot betaling van de tegemoetkoming aan recreatieve huurders en de aanvullende vergoeding aan permanente bewoners, alsmede tot betaling van proceskosten aan de huurders.

Uitkomst: De huurovereenkomsten zijn rechtsgeldig opgezegd, huurders worden veroordeeld tot ontruiming en het vakantiepark moet een tegemoetkoming en aanvullende schadevergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11639470 \ CV EXPL 25-1675
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
[vakantiepark] B.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [vakantiepark] ,
gemachtigde: mr. J. Kamphuis,
tegen

1.[huurder 1] ,

te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
2.
[huurder 2],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
3.
[huurder 3],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
4.
[huurder 4],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
5.
[huurder 5],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
6.
[huurder 6],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
7.
[huurder 7],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
8.
[huurder 8],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
9.
[huurder 9],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
10.
[huurder 10],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
11.
[huurder 11],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
12.
[huurder 12],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
13.
[huurder 13],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
14.
[huurder 14],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
15.
[huurder 15],
te [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
16.
[huurder 16],
te [plaats 2] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
17.
[huurder 17],
te [plaats 3] ,
gemachtigde: mr. W.G.M. Vos,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: huurders.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat in de kern over de opzegging en ontruiming van gehuurde jaarplaatsen op [vakantiepark] ( [handelsnaam] ). De kantonrechter zal de betreffende vorderingen van [vakantiepark] toewijzen. Verder zal [vakantiepark] worden veroordeeld tot betaling van de in reconventie gevorderde tegemoetkoming. Ten aanzien van de huurders die permanent verblijven in hun stacaravan op de gehuurde jaarplaatsen zal [vakantiepark] bovendien worden veroordeeld tot betaling van een aanvullende (schade)vergoeding, nader op de maken bij staat. Hierna legt de kantonrechter dit oordeel uit.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 juli 2025
- de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie
- de mondelinge behandeling van 25 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en ten behoeve waarvan de gemachtigde van huurders pleitnotities heeft ingediend.

2.De feiten

2.1.
Huurders huren van [vakantiepark] op [vakantiepark] in [plaats 1] jaarplaatsen, waarop zij hun eigen stacaravan geplaatst hebben. Op deze (ver)huur zijn van toepassing de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen (laatste versie 1 maart 2016, hierna te noemen: de Recron-voorwaarden).
2.2.
In de Recron-voorwaarden is onder meer het volgende opgenomen:

Wat de recreant zeker moet weten!
  • Een vaste plaats is een onbebouwd deel van het terrein. Deze plaats mag u uitsluitend voor recreatieve doeleinden gebruiken en voor de plaatsing van een kampeermiddel. De plaats en/of het kampeermiddel is geen Woonruimte in de zin van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en er geldt geen wettelijke huurbescherming.
  • Het contract is tijdelijk: de huur van de grond geldt telkens voor een jaar en wordt in beginsel jaarlijks automatisch verlengd. Houd rekening met dit tijdelijke karakter.(…)
  • Een overeenkomst voor een vaste plaats kan door u of door de ondernemer tegen het eind van de contractsperiode of tussentijds worden beëindigd. Een beëindiging heeft consequenties voor u en voor het op de vaste plaats geplaatste kampeermiddel. Na de beëindiging van de overeenkomst kunt u niet langer gebruik maken van de plaats. Uw kampeermiddel moet dan zijn verwijderd.
Artikel 1: Definities Pro
Herstructurering:een andere inrichting aan (een deel van) het terrein geven;
Artikel 2: Inhoud Pro overeenkomst
2.
Het is niet toegestaan, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de ondernemer, aan het kampeermiddel wijzigingen aan te brengen waardoor deze niet meer verplaatsbaar wordt.
Artikel 11: Be Proëindiging door de ondernemer
1.
De ondernemer kan de overeenkomst schriftelijk beëindigen indien:
de ondernemer een herstructureringsplan voor (een deel van) het terrein tot uitvoering gaat brengen waarvoor de plaats van recreant, waarop een verplaatsbaar of een niet meer verplaatsbaar kampeermiddel is geplaatst, nodig is. Om tot opzegging te kunnen overgaan, moet de ondernemer een concreet en uitvoerbaar plan hebben in die zin dat een eventueel benodigde vergunning, wijziging of ontheffing van het bestemmingsplan is verleend, dan wel op redelijke termijn te verwachten is.
2.
Opzegging door de ondernemer geschiedt schriftelijk bij aangetekend schrijven of persoonlijk overhandigde brief met inachtneming van een termijn van drie maanden tegen het einde van het lopende overeenkomstjaar.
3.
Bij opzegging wegens herstructurering zoals vermeld onder sub h van het eerste lid dient de ondernemer een opzegtermijn van één jaar in acht te nemen voor afloop van het lopende overeenkomstjaar.
Artikel 12: Herstructurering Pro
3.
In geval van herstructurering waarbij de ondernemer de overeenkomst beëindigt, is de ondernemer verplicht de recreant zo mogelijk een plaats (minimaal gelijkwaardig) op het terrein aan te bieden, tenzij het kampeermiddel gezien de leeftijd van het kampeermiddel en/of de staat waarin dit verkeert, niet meer op het terrein past.
5.
a. Indien sprake is van een verplaatsbaar kampeermiddel en een minimaal gelijkwaardige plaats niet op het terrein beschikbaar is, heeft de recreant de plaats te ontruimen en heeft hij recht op een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten indien hij de plaats heeft ontruimd overeenkomstig artikel 15 lid Pro 1. De verplaatsingskosten vanaf de plaats tot buiten het terrein zijn voor rekening van de ondernemer.
b. Indien het kampeermiddel ondanks het bepaalde in het tweede lid van artikel 2 niet Pro meer verplaatsbaar is en er voor de recreant voor een ander kampeermiddel een minimaal gelijkwaardige plaats niet beschikbaar is, heeft de recreant het recht op een tegemoetkoming in verband met de verwijdering van het kampeermiddel.
6.
De tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van het kampeermiddel als bedoeld in lid 5 onder a en de tegemoetkoming als bedoeld in lid 5 onder b bedraagt € 1.482. In het geval van een verplaatsbaar en niet meer verplaatsbaar geschakeld/dubbel kampeermiddel bedraagt de tegemoetkoming € 2.233.
9.
De tegemoetkoming in de verplaatsingskosten wordt jaarlijks per 1 januari, geïndexeerd met het consumentenprijsindexcijfer reeks alle huishoudens zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek in juni van het voorgaande jaar.
2.3.
Vanaf april 2020 is [aandeelhouder] B.V. (hierna te noemen: [aandeelhouder] ) de enige aandeelhouder van [vakantiepark] . [aandeelhouder] heeft de exploitatie van het vakantiepark voortgezet onder de (handels)naam [handelsnaam] .
2.4.
Contractueel en publiekrechtelijk heeft de grond van het vakantiepark een recreatieve bestemming. Desondanks zijn er diverse huurders die permanent op het vakantiepark wonen in hun stacaravans. Dit werd lange tijd gedoogd door [vakantiepark] en door de gemeente, al dan niet met persoonsgebonden gedoogbeschikkingen. Dit betreft in deze procedure huurders onder 1 tot en met 15. Huurders onder 16 en 17 ( [huurder 16] en [huurder 17] ) gebruiken hun stacaravan alleen recreatief. Zij hebben woonruimte elders.
2.5.
Nadat de vorige aandeelhouder van [vakantiepark] ( [naam] ) zich in de loop van de tijd al meer ging richten op toeristische verhuur aan gezinnen met jonge kinderen (onder andere door het creëren van een indoor speelparadijs onder de naam [bedrijf] ) heeft [vakantiepark] onder de nieuwe [aandeelhouder] die lijn doorgetrokken, onder andere door de aanleg van een nieuw waterpark en zwembad met een uitschuifbare overkapping.
2.6.
In 2021 is er door [vakantiepark] een ‘Toekomstvisie en herstructurering [aandeelhouder] [vakantiepark] ’ opgesteld.
2.7.
Bij brief van 25 oktober 2021 heeft [vakantiepark] de permante bewoners (waaronder huurders onder 1 tot en met 15) geïnformeerd over de gefaseerde herstructurering en toekomstige opzegging van de huurovereenkomsten.
2.8.
Uiteindelijk heeft [vakantiepark] de huurovereenkomsten met huurders onder 1 tot en met 15 bij brief van 5 maart 2024 opgezegd tegen 31 december 2025 op grond van herstructurering. Daarbij heeft [vakantiepark] aan de betreffende huurders een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten aangeboden van € 1.860,00 voor enkele stacaravans en € 2.804,00 voor geschakelde stacaravans (prijspeil 2024, nog te indexeren naar 2025/2026). Daarnaast heeft [vakantiepark] in deze brief van 5 maart 2024 toegezegd dat huurders de laatste zes maanden gratis gebruik mogen maken van hun jaarplaats.
2.9.
In een andere brief van eveneens 5 maart 2024 heeft [vakantiepark] ook de huurovereenkomsten met huurders [huurder 16] en [huurder 17] opgezegd onder dezelfde voorwaarden, maar [huurder 17] betwist die brief te hebben ontvangen. [huurder 17] erkent wel dat hij in oktober 2024 een brief heeft ontvangen, waarin werd verwezen naar de opzegging van de huurovereenkomsten.
2.10.
Huurders onder 1 tot en met 15 hebben schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de opzegging en ook [huurder 16] en [huurder 17] stemmen niet in met de huuropzegging.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[vakantiepark] vordert – samengevat – om voor recht te verklaren dat de huurovereenkomsten tussen [vakantiepark] en huurders rechtsgeldig door opzegging zijn geëindigd per 31 december 2025 en om huurders te veroordelen tot ontruiming van de door hen gehuurde jaarplaatsen op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van huurders in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
3.2.
Huurders voeren verweer. Huurders concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [vakantiepark] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [vakantiepark] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [vakantiepark] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Huurders vorderen – samengevat – om [vakantiepark] te veroordelen tot vergoeding van de schade die huurders lijden als gevolg van de opzegging, op te maken bij staat en om [vakantiepark] te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 10.000,00 per gedaagde, met veroordeling van [vakantiepark] in de proceskosten.
3.5.
[vakantiepark] voert verweer. [vakantiepark] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van huurders, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van huurders, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van huurders in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Toetsingskader
4.1.
De kantonrechter is van oordeel dat artikel 7:228 BW Pro van toepassing is, omdat bij de huur van jaarplaatsen zoals in deze zaak sprake is van huur van onbebouwd onroerend goed. [vakantiepark] heeft dat gesteld en onderbouwd en huurders hebben die stelling niet (voldoende gemotiveerd) betwist. Artikel 7:228 BW Pro bevat regelend recht. Tussen partijen staat vast dat zij hiervan ten gunste van huurders zijn afgeweken door middel van de Recron-voorwaarden.
Herstructurering
4.2.
[vakantiepark] heeft de huurovereenkomsten met huurders opgezegd wegens herstructurering van het vakantiepark. De kantonrechter zal eerst beoordelen of er sprake is van herstructurering in de zin van de Recron-voorwaarden. Daarvoor is vereist dat er een andere inrichting wordt gegeven aan (een deel van) het terrein [1] . De kantonrechter overweegt dat huurders de door [vakantiepark] onderbouwde stelling over de exploitatiewijziging niet (voldoende gemotiveerd) hebben betwist. Deze exploitatiewijziging houdt in dat [vakantiepark] geen jaarplaatsen meer zal verhuren, maar zich in plaats daarvan richt en zal richten op kortdurende toeristenverhuur met de focus op jonge gezinnen, onder meer door het aanbieden van veel animatie en speelmogelijkheden.
4.3.
Het is de vraag of voormelde exploitatiewijziging op zichzelf al kwalificeert als de voor een herstructurering vereiste andere inrichting van het terrein. Die vraag kan echter onbeantwoord blijven, omdat [vakantiepark] naar het oordeel van de kantonrechter ook (anderszins) voldoende heeft aangetoond dat de inrichting van [vakantiepark] is veranderd en nog meer zal veranderen. Zo heeft [vakantiepark] al een groot deel van de individuele stacaravans van (voormalige) huurders van jaarplaatsen vervangen door uniforme [aandeelhouder] -verhuuraccommodaties. Daarnaast heeft [vakantiepark] het zwembad ingrijpend gerenoveerd en is zij bezig met het plaatsen van allerlei speeltoestellen op de kampeervelden. Ook heeft [vakantiepark] een groot deel van de leidingen vernieuwd en heeft zij op de kampeervelden kronkelpaadjes aangelegd. Daarnaast stelt [vakantiepark] dat zij enkele kampeervelden reeds autovrij heeft gemaakt door het aanleggen van naastgelegen parkeervelden. Deels heeft [vakantiepark] al uitvoering gegeven aan deze wijzigingen aan (de inrichting van) het terrein en deels staan deze nog op de planning, zoals die blijkt uit de ‘Toekomstvisie en herstructurering [aandeelhouder] [vakantiepark] ’, de bij de opzeggingsbrief meegestuurde tekeningen en de als productie 59 overgelegde tekeningen met betrekking tot de herstructurering. Met het voorgaande kan naar het oordeel van de kantonrechter vastgesteld worden dat in deze zaak is voldaan aan de definitie van herstructurering zoals gehanteerd in de Recron-voorwaarden. Weliswaar voeren huurders aan dat bijvoorbeeld de wegen niet (ingrijpend) veranderd worden en dat nog steeds op de kampeervelden wordt geparkeerd, maar wat daar ook van zij, ook het onbetwiste deel van de door [vakantiepark] gestelde – deels al uitgevoerde – plannen is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende om te kunnen spreken van herstructurering in de zin van de Recron-voorwaarden. Een andere vraag is of voor deze herstructurering ook de plaatsen van huurders nodig zijn. De beantwoording van (onder andere) die vraag komt hierna aan de orde.
(Overige) vereisten voor opzegging wegens herstructurering
4.4.
Uit artikel 11 lid 1 aanhef Pro en onder h. van de Recron-voorwaarden volgt dat [vakantiepark] de huurovereenkomsten met huurders schriftelijk kan beëindigen wegens herstructurering, als de betreffende jaarplaatsen nodig zijn voor de uitvoering van het herstructureringsplan én het herstructureringsplan voldoende concreet en uitvoerbaar is.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de als productie 12 bij dagvaarding overgelegde ‘Toekomstvisie en herstructurering [aandeelhouder] [vakantiepark] ’ voldoende concreet en uitvoerbaar is. Dat volgt niet alleen uit de inhoud van dit herstructureringsplan, maar ook uit het feit dat aan een aanzienlijk deel van dit plan reeds uitvoering is gegeven. Huurders vragen zich af of alle werkzaamheden wel mogelijk zijn zonder vergunning en zonder wijziging van het bestemmingsplan, maar die twijfel heeft [vakantiepark] voldoende weggenomen. [vakantiepark] voert aan dat haar plan binnen het bestaande bestemmingsplan past en dat de werkzaamheden vergunningsvrij zijn. [vakantiepark] wijst er in dit kader op dat een groot deel van de werkzaamheden al is uitgevoerd met medeweten van de gemeente en zonder dat de gemeente daartegen heeft opgetreden.
4.6.
Verder is de kantonrechter van oordeel dat [vakantiepark] voldoende heeft aangetoond dat (ook) de jaarplaatsen van huurders nodig zijn voor de (volledige) uitvoering van het herstructureringsplan. Uit het herstructureringsplanplan volgt dat de herstructurering niet een deel van het terrein betreft, maar het gehele vakantiepark. Daarbij is een van de doelen het creëren van uniformiteit, onder andere door uitsluitend gebruik te maken van uniforme [aandeelhouder] -verhuuraccommodaties. Een ander doel is om alleen kortdurende toeristische verhuur aan te bieden, gericht op gezinnen met jonge kinderen. Om deze doelen te bereiken en om het herstructureringsplan volledig uit te voeren zijn (dus) ook de jaarplaatsen van huurders nodig. De kantonrechter overweegt daarbij dat [vakantiepark] zodanig uitvoering geeft aan het (gefaseerde) herstructureringsplan dat huurders zo lang mogelijk hun jaarplaatsen hebben kunnen behouden. Zo heeft [vakantiepark] in eerste instantie 150 [aandeelhouder] -verhuuraccommodaties geplaatst op jaarplaatsen die zijn vrijgekomen door natuurlijk verloop. Daarna heeft [vakantiepark] in de jaren 2023 tot en met 2025 131 [aandeelhouder] -verhuuraccommodaties geplaatst na opzegging van huurovereenkomsten van jaarplaatsen van personen die vrijwillig zijn vertrokken. Echter, voor voltooiing van het herstructureringsplan is in deze laatste fase vereist dat (ook) de jaarplaatsen van huurders ontruimd worden. Daarbij heeft [vakantiepark] ervoor gekozen om de huurovereenkomsten met huurders die permanent in hun stacaravan op [vakantiepark] verblijven pas in deze laatste fase op te zeggen.
4.7.
Al met al staat naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate vast dat de jaarplaatsen van huurders nodig zijn voor de (volledige) uitvoering van het herstructureringsplan en dat het herstructureringsplan voldoende concreet en uitvoerbaar – en (groten)deels al uitgevoerd – is.
Verplichtingen bij opzegging wegens herstructurering
4.8.
In artikel 12 lid 3 van Pro de Recron-voorwaarden is bepaald dat de ondernemer in geval van beëindiging van de huur wegens herstructurering verplicht is de recreant zo mogelijk een andere (minimaal gelijkwaardige) plaats op het terrein aan te bieden. Echter, uit het voorgaande volgt dat het herstructureringsplan van [vakantiepark] meebrengt dat er in dit geval geen mogelijkheid is om huurders ergens anders op het terrein een plaats aan te bieden. De herstructurering houdt juist (mede) in dat de jaarplaatsen met eigen stacaravans van de huurders volledig verdwijnen en plaats maken voor toeristische verhuur van uniforme [aandeelhouder] -verhuuraccommodaties. Dat er een paar plekken worden vrijgehouden voor personeel maakt het voorgaande niet anders, omdat deze plekken bedoeld zijn voor een specifieke doelgroep, namelijk seizoensmedewerkers.
4.9.
Op grond van artikel 11 lid 2 en Pro lid 3 van de Recron-voorwaarden dient de opzegging door de ondernemer wegens herstructurering schriftelijk bij aangetekend schrijven of persoonlijk overhandigde brief te geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar voor afloop van het lopende overeenkomstjaar. [vakantiepark] heeft de huurovereenkomsten opgezegd bij een tweetal brieven van 5 maart 2024. Alle huurders op [huurder 17] na erkennen de hen betreffende brief te hebben ontvangen en betwisten niet dat [vakantiepark] daarmee de opzegtermijn uit de Recron-voorwaarden in acht heeft genomen.
Wat betreft [huurder 17] overweegt de kantonrechter als volgt. [huurder 17] betwist niet dat [vakantiepark] de opzeggingsbrief heeft verzonden naar zijn adres, maar [huurder 17] betwist wel dat de opzeggingsbrief hem heeft bereikt. Weliswaar staat op het verzendbewijs en op het ontvangstbewijs dat de betreffende brief respectievelijk is verzonden naar het adres van [huurder 17] ( [adres 1] ) én is ontvangen op dat adres, maar volgens [huurder 17] heeft een onbekende derde voor ontvangst getekend, waardoor niet is aangetoond dat de opzeggingsbrief hem heeft bereikt. [vakantiepark] heeft dit standpunt weerlegd door te wijzen op een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2024 [2] . In dat arrest heeft het gerechtshof onder meer het volgende overwogen: “
Verder blijkt uit de track & trace gegevens van PostNL dat de aangetekende brief op 15 oktober 2020 te 9.52 uur op het voornoemde adres is bezorgd en dat voor de ontvangst daarvan is getekend. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [geïntimeerde] daarmee voldoende heeft bewezen dat de brief op het adres van [appellant] is ontvangen en [appellant] heeft bereikt. Dat het niet [appellant] zelf zou zijn geweest die voor de ontvangst heeft getekend, doet daaraan niet af.(…)
Hetgeen [appellant] in dit verband als verweer heeft gevoerd acht het hof vanwege de wisselende – en onjuist gebleken – verklaringen die [appellant] heeft gegeven, niet overtuigend en in het licht van het door [geïntimeerde] bijgebrachte bewijs onvoldoende onderbouwd.”. Hierna heeft (de gemachtigde van) [huurder 17] zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter er in deze procedure van uit dat de verklaring werking heeft als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW Pro [3] . Van [vakantiepark] kon niet meer verwacht worden en er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de opzeggingsbrief [huurder 17] niet rechtsgeldig heeft bereikt.
4.10.
Tot slot is in de Recron-voorwaarden (artikel 12 lid 5 en Pro lid 6) opgenomen dat de recreant bij ontruiming wegens herstructurering recht heeft op een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten. Deze tegemoetkoming bedraagt – per 1 maart 2016, daarna jaarlijks te indexeren – € 1.482,00 bij een regulier (verplaatsbaar en niet meer verplaatsbaar) kampeermiddel en € 2.233,00 bij een (verplaatsbaar en niet meer verplaatsbaar) geschakeld/dubbel kampeermiddel. Bij haar opzegging heeft [vakantiepark] bevestigd dat huurders – als zij hun jaarplaats tijdig, leeg en netjes opgeruimd hebben opgeleverd – recht hebben op deze tegemoetkomingen (€ 1.860,00 voor enkele stacaravans en € 2.804,00 voor geschakelde stacaravans, geïndexeerd tot en met 2024).
Aanvullende en beperkende werking redelijkheid en billijkheid: zwaarwegende grond/belangenafweging en opzegtermijn
4.11.
Huurders voeren aan dat de opzeggingen geen effect sorteren, omdat er geen voldoende zwaarwegende grond voor opzegging aan de zijde van [vakantiepark] bestaat en omdat de gehanteerde opzegtermijn in de gegeven omstandigheden te kort is.
4.12.
Voor zover huurders deze eisen van een voldoende zwaarwegende grond en een langere opzegtermijn baseren op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid [4] , is de kantonrechter van oordeel dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid in dit geval niet toegepast kan worden. Immers, de contractuele opzeggingsregeling in de Recron-voorwaarden wijkt op deze punten ten gunste van de huurders af van de wettelijke regeling. Bovendien is deze contractuele afwijking duidelijk en concreet en laat die geen ruimte voor aanvullende eisen wat betreft de opzeggingsgronden en de duur van de opzegtermijn. Ter nadere toelichting van dit oordeel overweegt de kantonrechter het volgende.
4.13.
De huurovereenkomsten met huurders voor de jaarplaatsen kwalificeren als duurovereenkomsten. [5] De wettelijke regeling hiervoor [6] bepaalt dat de opzegging van deze huurovereenkomsten dient te geschieden tegen een voor huurbetaling overeengekomen dag op een termijn van tenminste een maand. Verder stelt de wet geen eisen aan de opzegging, ook niet wat betreft de reden voor opzegging. Echter, in de Recron-voorwaarden zijn wel limitatieve opzeggingsgronden opgenomen, waaronder de herstructureringsgrond. Bovendien vereisen de Recron-voorwaarden een langere opzegtermijn van – bij herstructurering – één jaar voor afloop van het lopende overeenkomstjaar. Deze contractuele afwijkingen van de wet zijn dus in het voordeel van huurders. Ook zijn die afwijkingen duidelijk en concreet en laten ze geen ruimte voor aanvulling. Zo is precies omschreven wanneer en onder welke voorwaarden de ondernemer de huurovereenkomst kan opzeggen wegens herstructurering en welke opzegtermijn de ondernemer daarbij moet hanteren. Daarom is er geen ruimte voor de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid en kunnen huurders niet op die grond eisen dat [vakantiepark] een langere opzegtermijn in acht moet nemen en (naast de herstructurering) een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging moet hebben. [7]
4.14.
Voor zover huurders in dit kader ook een beroep doen op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid [8] overweegt de kantonrechter als volgt. De drempel voor toepassing van deze beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid is hoog. Daaraan is (pas) voldaan als een beroep op een uit de wet of een overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de duurovereenkomst op te zeggen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [9] De kantonrechter is van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is.
Wat betreft de opzegtermijn overweegt de kantonrechter in dat kader dat de wettelijke opzegtermijn slechts een maand is. De opzegtermijn uit de Recron-voorwaarden is ruim langer, namelijk een jaar. [vakantiepark] heeft hieraan voldaan door in haar opzeggingsbrief van 5 maart 2024 de huurovereenkomsten op te zeggen tegen 31 december 2025. Bovendien konden huurders er ook daarvoor al van op de hoogte zijn dat de huurovereenkomsten opgezegd zouden worden. Zo volgt dat uit de brief van 25 oktober 2021 en uit de nieuwsbrieven over (de toekomst van) [vakantiepark] . Tot slot overweegt de kantonrechter dat [vakantiepark] de jaarplaatsen ook na 31 december 2025 nog niet heeft ontruimd en dat de ontruimingen op grond van dit vonnis op zijn vroegst kunnen plaatsvinden op
11 maart 2026.
Wat betreft de opzeggingsgrond geldt als uitgangspunt dat er sprake is van contractsvrijheid en dat gemaakte afspraken moeten worden nagekomen. Huurders konden op grond van de bepalingen in de huurovereenkomsten en de Recron-voorwaarden weten dat de opzegging van de huurovereenkomst in de toekomst zou kunnen gaan plaatsvinden. Daarnaast is van belang de ondernemersvrijheid die [vakantiepark] heeft omtrent haar bedrijfsvoering en exploitatie van het kampeerterrein/vakantiepark.
Het voorgaande betekent overigens niet dat de kantonrechter geen oog heeft voor het grote maatschappelijke belang en de vele persoonlijke belangen van huurders in deze zaak. Het gaat om woonruimte van een groot aantal huishoudens en van mensen die soms al tientallen jaren permanent in het gehuurde verblijven. In de huidige woningmarkt is het niet eenvoudig om woonruimte te vinden. Veel van de huurders zijn op leeftijd, sommige huurders hebben medische problemen en één van de huurders heeft een kind in de basisschoolleeftijd. Dit betekent echter niet dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [vakantiepark] een beroep doet op de uit de overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen.
Aanvullende en beperkende werking redelijkheid en billijkheid: vergoeding
4.15.
Artikel 7:228 lid 2 BW Pro, de wettelijke opzeggingsregeling voor onderhavige huurovereenkomsten, vereist niet dat de opzeggende partij de andere partij bij de opzegging een vergoeding aanbiedt. De Recron-voorwaarden bepalen echter wel dat de recreant bij ontruiming wegens herstructurering recht heeft op een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten. [vakantiepark] heeft huurders bij de opzegging deze Recron-vergoeding aangeboden. Deze vergoeding bedraagt € 1.860,00 voor enkele stacaravans en € 2.804,00 voor geschakelde stacaravans, met dien verstande dat deze vergoedingen zijn geïndexeerd tot en met 2024. De kantonrechter is van oordeel dat [vakantiepark] niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar handelt door op te zeggen en daarbij (slechts) de vergoeding uit de Recron-voorwaarden – die overigens tot stand zijn gekomen in overleg met de Consumentenbond en de ANWB – aan te bieden. De opzegging is daarom in beginsel niet ongeldig. [10]
4.16.
De Recron-voorwaarden laten naar het oordeel van de kantonrechter echter wel ruimte voor een aanvullende vergoeding – zoals door huurders gevorderd in reconventie – op grond van de omstandigheden van het geval. In de Recron-voorwaarden is slechts bepaald dat huurders aanspraak hebben op een tegemoetkoming in de kosten om het kampeermiddel te verplaatsen of te verwijderen. Dit laat onverlet dat huurders aanspraak kunnen hebben op een vergoeding vanwege de grote gevolgen van opzegging. Anders dan [vakantiepark] ziet de kantonrechter daarom wel ruimte voor de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Bovendien ziet de kantonrechter voor bepaalde huurders ook aanleiding om deze aanvullende werking daadwerkelijk toe te passen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat voor de huurders die permanent in hun stacaravan verblijven een aanvullende vergoeding op zijn plaats is. Zij verliezen hun woonruimte, terwijl het recht op huisvesting een fundamenteel recht is. [11] [vakantiepark] heeft hun permanente verblijf bovendien langere tijd gedoogd en hiervan voordeel gehad. Daarnaast hebben deze huurders extra kosten, zoals verhuiskosten en kosten voor vervangende woonruimte. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid meebrengt dat [vakantiepark] gehouden is om de huurders die permanent in hun stacaravan verblijven (huurders onder 1 tot en met 15) een aanvullende vergoeding aan te bieden. Voor de hoogte van deze vergoeding zal de kantonrechter de zaak in reconventie verwijzen naar de schadestaat.
Voor de huurders die niet permanent in hun stacaravan verblijven geldt dit alles niet. Voor deze huurders ziet de kantonrechter daarom geen aanleiding om de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid toe te passen.
4.17.
Het voorgaande brengt mee dat de gevorderde verklaring voor recht over het einde van de huurovereenkomsten en de gevorderde veroordeling tot ontruiming van de jaarplaatsen (inclusief dwangsom) toewijsbaar zijn. Met het oog op de omstandigheden van het geval zal de kantonrechter de ontruimingstermijn bepalen op vier weken na betekening van dit vonnis.
4.18.
De kantonrechter zal de veroordeling tot ontruiming niet hoofdelijk uitspreken, omdat het gaat om een verplichting die op elke huurder afzonderlijk rust. Ook de gevorderde dwangsom zal voor elke huurder afzonderlijk worden uitgesproken. De ontruiming houdt in dat huurders de stacaravan, aanbouwsels, schuurtjes, overkappingen, terrastegels en overige verhardingen moeten verwijderen.
4.19.
Huurders zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [vakantiepark] worden per individuele huurder begroot op € 120,21 aan kosten van de dagvaarding, € 7,94 (€ 135,00/17) aan griffierecht, € 24,00 (2 punten x € 204,00 = € 408,00 / 17) aan salaris gemachtigde en € 6,29 (€ 102,00 / 17) aan nakosten, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. Daarmee komt het bedrag aan proceskosten uit op € 158,44 per individuele huurder.
4.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.21.
Met verwijzing naar het overwogene onder 4.16. in conventie zal de kantonrechter de reconventionele vordering ten aanzien van huurders onder 1 tot en met 15 toewijzen, zodanig dat [vakantiepark] zal worden veroordeeld tot betaling van een aanvullende (schade)vergoeding, waarbij de zaak voor het bepalen van de hoogte van deze (schade)vergoeding zal worden verwezen naar de schadestaat.
4.22.
Ten aanzien van huurders onder 16 en 17 zal [vakantiepark] worden veroordeeld tot betaling van de tegemoetkoming uit de Recron-voorwaarden, indien zij aan de ontruimingsveroordeling in conventie hebben voldaan. Bovendien zal [vakantiepark] worden veroordeeld om diezelfde vergoeding bij wijze van voorschot te betalen aan huurders 1 tot en met 15, indien zij aan de ontruimingsveroordeling in conventie hebben voldaan. Voor een hoger voorschot ziet de kantonrechter geen aanleiding, omdat zij onvoldoende aanknopingspunten heeft om de hoogte van de vergoeding te kunnen inschatten. De door (een deel van de) huurders overgelegde taxatierapporten van de kampeermiddelen zijn hiervoor niet bruikbaar. De kampeermiddelen van huurders zijn verplaatsbaar of hadden verplaatsbaar moeten zijn. Huurders kunnen de kampeermiddelen dus op een andere plek opnieuw gebruiken of verkopen. De hoogte van de vergoeding kan daarom niet worden gebaseerd op de waarde van de kampeermiddelen.
4.23.
[vakantiepark] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van huurders worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
verklaart voor recht dat de huurovereenkomsten tussen [vakantiepark] en huurders door opzegging zijn geëindigd per 31 december 2025,
5.2.
veroordeelt elke van de huurders afzonderlijk om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de door hen gehuurde jaarplaats op het terrein van [vakantiepark] te [plaats 1] , aan [adres 2], te ontruimen (en ontruimd te laten) met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [vakantiepark] zijn, en ter vrije en algehele beschikking van [vakantiepark] te stellen,
5.3.
veroordeelt elke van de huurders afzonderlijk om aan [vakantiepark] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de huurder niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 7.500,00 is bereikt,
5.4.
veroordeelt elke van de huurders afzonderlijk in de proceskosten van € 158,44 per huurder, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als een huurder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna aan die huurder wordt betekend,
5.5.
veroordeelt elke van de huurders afzonderlijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis wat betreft voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.8.
veroordeelt [vakantiepark] om aan huurders onder 16 en 17 te betalen de tegemoetkoming uit de Recron-voorwaarden, indien zij aan de ontruimingsveroordeling in conventie hebben voldaan,
5.9.
veroordeelt [vakantiepark] om aan huurders 1 tot en met 15 te betalen een (schade)vergoeding als bedoeld in rechtsoverweging 4.16. en bepaalt dat de schade in een procedure als bedoeld in artikel 612 Rv Pro zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet,
5.10.
veroordeelt [vakantiepark] om aan huurders onder 1 tot en met 15 te betalen als voorschot op voormelde (schade)vergoeding de tegemoetkoming uit de Recron-voorwaarden, indien zij aan de ontruimingsveroordeling in conventie hebben voldaan,
5.11.
veroordeelt [vakantiepark] in de proceskosten van € 677,00, te betalen aan de gezamenlijke huurders binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [vakantiepark] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.12.
verklaart dit vonnis wat betreft voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 1 lid 1 onder Pro p. van de Recon-voorwaarden
3.
4.Artikel 6:248 lid 1 BW Pro
6.Artikel 7:228 lid 2 tweede Pro zin
8.Artikel 6:248 lid 2 BW Pro
11.Artikel 11 Internationaal Pro verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, Deel I onder 31 Europees Sociaal Handvest (herzien), artikel 25 Universele Pro Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 8 Europees Pro Verdrag voor de Rechten van de Mens