ECLI:NL:RBZWB:2026:182
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de heffing van kansspelbelasting en de rol van bonussen in de belastinggrondslag
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van belanghebbende, een Belgische B.V., tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De rechtbank behandelt de heffing van kansspelbelasting over de tijdvakken oktober en november 2021, waarbij belanghebbende in totaal € 7.073.265 aan kansspelbelasting heeft voldaan. De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de voldoeningen op aangifte niet-ontvankelijk verklaard voor de tijdvakken oktober en november 2021, en de rechtbank bevestigt deze beslissing. Belanghebbende stelt dat de bonussen die aan spelers zijn verstrekt niet in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van het bruto spelresultaat, maar de rechtbank oordeelt dat de wetgever het spelen met een bonus als belaste inzet heeft aangemerkt. De rechtbank concludeert dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de verschuldigde kansspelbelasting op de juiste wijze is vastgesteld. De beroepen worden ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen kansspelbelasting terug, noch een vergoeding van proceskosten.