ECLI:NL:RBZWB:2026:182

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
24/4404 t/m 24/4418, 24/4420 t/m 24/4422, 24/4424, 24/4425, 24/4427
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de heffing van kansspelbelasting en de rol van bonussen in de belastinggrondslag

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van belanghebbende, een Belgische B.V., tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De rechtbank behandelt de heffing van kansspelbelasting over de tijdvakken oktober en november 2021, waarbij belanghebbende in totaal € 7.073.265 aan kansspelbelasting heeft voldaan. De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de voldoeningen op aangifte niet-ontvankelijk verklaard voor de tijdvakken oktober en november 2021, en de rechtbank bevestigt deze beslissing. Belanghebbende stelt dat de bonussen die aan spelers zijn verstrekt niet in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van het bruto spelresultaat, maar de rechtbank oordeelt dat de wetgever het spelen met een bonus als belaste inzet heeft aangemerkt. De rechtbank concludeert dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de verschuldigde kansspelbelasting op de juiste wijze is vastgesteld. De beroepen worden ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen kansspelbelasting terug, noch een vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/4404 t/m BRE 24/4418, BRE 24/4420 t/m BRE 24/4422, BRE 24/4424, BRE 24/4425 en BRE 24/4427

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende] B.V., statutair gevestigd te [woonplaats] (België), belanghebbende,
(gemachtigde: mr. S.H. van der Veldt),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 21 maart 2024.
1.1.
Belanghebbende heeft voor de volgende tijdvakken op aangiften bedragen van in totaal € 7.053.265 aan kansspelbelasting voldaan:
Tijdvak
Voldoening op aangifte
Zaaknummer rechtbank
Oktober 2021
€ 149.002
BRE 24/4404
November 2021
€ 355.136
BRE 24/4405
December 2021
€ 335.159
BRE 24/4406
Maart 2022
€ 382.568
BRE 24/4407
April 2022
€ 433.552
BRE 24/4408
Mei 2022
€ 372.250
BRE 24/4409
Juni 2022
€ 377.285
BRE 24/4410
Juli 2022
€ 317.257
BRE 24/4411
Augustus 2022
€ 326.031
BRE 24/4412
September 2022
€ 350.184
BRE 24/4413
Oktober 2022
€ 272.022
BRE 24/4414
November 2022
€ 357.542
BRE 24/4415
December 2022
€ 359.880
BRE 24/4416
Januari 2023
€ 356.430
BRE 24/4417
Februari 2023
€ 237.772
BRE 24/4418
April 2023
€ 354.349
BRE 24/4420
Mei 2023
€ 338.580
BRE 24/4421
Juni 2023
€ 273.131
BRE 24/4422
Augustus 2023
€ 411.891
BRE 24/4424
September 2023
€ 302.409
BRE 24/4425
November 2023
€ 390.835
BRE 24/4427
Totaal
€ 7.073.265
1.2.
De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de voldoeningen op aangifte van kansspelbelasting ter zake van de tijdvakken oktober en november 2021 niet-ontvankelijk verklaard. De bezwaren gericht tegen de overige tijdvakken zijn ongegrond verklaard.
1.3.
De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Voorafgaand aan de zitting heeft zowel de inspecteur als belanghebbende een nader stuk ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen tezamen met de beroepen van belanghebbende met zaaknummers BRE 25/229 t/m BRE 25/239 op 13 november 2025 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde, bijgestaan door mr. J.L. Visser, en namens de inspecteur: mr. [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] , mr. [inspecteur 4] , mr. [inspecteur 5] , mr. [inspecteur 6] en [inspecteur 7] .
1.5.
Ter zitting hebben de gemachtigde en de inspecteur beiden een pleitnota overgelegd. De rechtbank heeft deze stukken aan het dossier toegevoegd.
1.6.
Van hetgeen ter zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan de rechtbank gelijktijdig met deze uitspraak een afschrift naar partijen heeft verzonden.
1.7.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht uiterlijk 15 januari 2026 uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt eerst of de inspecteur belanghebbendes bezwaren ter zake van de tijdvakken oktober 2021 en november 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de verschuldigde kansspelbelasting naar het juiste bedrag is vastgesteld. Tussen partijen is meer specifiek in geschil of de met de bonussen geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen bij de bepaling van de grondslag voor de kansspelbelasting. Daarbij is in geschil of deze heffing strijdig is met diverse rechtsbeginselen en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (EP).
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de bezwaren ter zake van de tijdvakken oktober 2021 en november 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarnaast zijn de met de bonussen geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking genomen bij de bepaling van de grondslag voor de kansspelbelasting. De verschuldigde kansspelbelasting is derhalve op de juiste wijze vastgesteld.
2.2.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende is een besloten vennootschap gevestigd in België.
3.1.
Belanghebbende houdt een vergunning voor het organiseren van kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen. Belanghebbende biedt online kansspelen aan via haar website, waaronder casinospelen en sportweddenschappen.
3.2.
Een speler die een online kansspel wil spelen bij belanghebbende, moet eerst een speelrekening openen. Het speeltegoed op de speelrekening kan de speler vervolgens inzetten op de verschillende kansspelen die belanghebbende aanbiedt. De speelrekening is opgedeeld in een cashmeter en een bonusmeter. Als een speler geld stort op de speelrekening, dan wordt dit bedrag toegevoegd aan de cashmeter. Een speler kan het speeltegoed op de cashmeter te allen tijde terugboeken naar zijn bankrekening.
3.3.
Voor promotionele doeleinden biedt belanghebbende (bepaalde) spelers de mogelijkheid om gratis een kansspel te spelen. Belanghebbende kent aan haar spelers diverse bonussen toe, zoals een welkomstbonus. Een bonus heeft een nominale waarde en wordt door belanghebbende toegevoegd aan de bonusmeter op de speelrekening. Een speler kan de nominale waarde van een bonus niet laten uitkeren, hij kan hiermee alleen (gratis) voor die waarde een kansspel spelen (de bonusinzet). Als een speler een bonus inzet en wint, dan wordt de gewonnen prijs aan de bonusmeter toegevoegd indien doorspeelvereisten gelden. Als aan de voor die bonus geldende vereisten is voldaan, wordt het op dat moment resterende saldo behaald met de bonus overgezet naar de cashmeter. Dan kan de speler het betreffende bedrag wél laten uitkeren naar zijn bankrekening.
3.4.
In de ‘Bonusvoorwaarden van de stortingsbonus’ van belanghebbende is onder meer opgenomen:

“Welkomstbonus casino

100% stortingsbonus tot €250

 Bestaande & nieuwe klanten mogen eenmalig gebruikmaken van deze bonus
 Je ontvangt bij je volgende storting een bijkomende 100% match bonusgeld tot een
 maximum van €250
 Indien je volgende storting bijvoorbeeld €50 bedraagt, ontvang je €100 op je spelrekening
 (waarvan €50 bonusgeld). Bij een storting van €300 ontvang je €550 (waarvan €250
 bonusgeld).
 De minimumstorting om gebruik te maken van deze bonus is €10
 Deze bonus is niet cumuleerbaar met onze Welkomstbonus voor Sport
 Bonus is enkel inzetbaar op casino
 Eventuele winsten die voortkomen uit deze stortingsbonus zijn opvraagbaar nadat het
 bonusbedrag 35 maal werd ingezet
(…)
 Je speelt altijd eerst met je eigen bijgedragen geld, daarna pas met je bonusgeld • Eventuele winsten die voortkomen uit eigen bijgedragen geld zijn steeds opvraagbaar, winsten die voorkomen uit bonusgeld zijn pas opvraagbaar nadat het bonusgeld het nodige aantal keren ingezet werd en dus werd vrijgespeeld”
3.5.
Belanghebbende is belastingplichtig voor de kansspelbelasting als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de kansspelbelasting (de Wet KSB). Belanghebbende heeft voor elk tijdvak aangiften gedaan van het bruto spelresultaat, zijnde het verschil tussen de ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen. Bij de vaststelling van het bruto spelresultaat zijn ook de bonusinzetten tot de ontvangen inzetten gerekend. Zowel de voorwaardelijke als de onvoorwaardelijke prijzen zijn van het bruto spelresultaat afgetrokken.
3.6.
Belanghebbende heeft de kansspelbelasting voor de tijdvakken oktober en november 2021 achtereenvolgens op 24 november 2021 en 24 december 2021 op aangifte voldaan. Op de betreffende aangiften kansspelbelasting is op het voorblad onder meer vermeld:

"Bezwaar maken

Hebt u achteraf bezwaar tegen het bedrag dat u op uw aangifte hebt aangegeven en betaald? Dan kunt u schriftelijk bezwaar maken. Stuur uw bezwaarschrift naar: Belastingdienst/Kantoor Middelburg, Postbus 90121, 4800 RA Breda. Dien uw bezwaarschrift op tijd in. Zorg ervoor dat wij het binnen 6 weken na de dag van betaling hebben ontvangen."
3.7.
Het bezwaarschrift van belanghebbende ter zake van de onder r.o. 3.6 genoemde tijdvakken is door de inspecteur ontvangen op 16 februari 2022.
3.8.
Tot de gedingstukken behoort een brief van de inspecteur aan belanghebbende van 6 april 2023. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:
"Aanvullend standpunt
Zoals eerder kenbaar gemaakt en toegelicht, is er een aanvullend standpunt over de bonusregeling bij aanbod kansspelen op afstand:
Het standpunt van de Belastingdienst is:
(...)
3.Ter beschikking gestelde prijzen: hetgeen een speler als winnaar bij deelname aan een kansspel ontvang. Er is sprake van het 'ter beschikking stellen' van een prijs aan een speler, indien die speler een onvoorwaardelijk recht op uitbetaling van de prijs heeft verkregen.
Het aanvullend standpunt van de Belastingdienst op onderdeel 3 is:
3. Ter beschikking gestelde prijzen: hetgeen een speler als winnaar bij deelname aan een kansspel ontvangt. Er is sprake van het 'ter beschikking stellen' van een prijs aan een speler, indien die speler een onvoorwaardelijk recht op uitbetaling van de prijs heeft verkregen. Prijzen die nog niet onvoorwaardelijk aan een speler ter beschikking zijn gesteld en door een speler weer worden ingezet, worden als onvoorwaardelijk ter beschikking gesteld beschouwd, voor het deel dat is ingezet.”

Motivering

Heeft de inspecteur belanghebbendes bezwaren ter zake van de tijdvakken oktober 2021 en november 2021 terecht niet-ontvankelijk verklaard?
4. Belanghebbende stelt dat de inspecteur haar bezwaren ter zake van de tijdvakken oktober 2021 en november 2021 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daartoe voert belanghebbende aan dat zij naar Belgisch recht is opgericht en om die reden tot oktober 2021 geen ervaring had met het Nederlandse bestuursrecht en het belastingsysteem. Volgens belanghebbende leidt het niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren tot rechtsongelijkheid en wordt de rechtsbescherming onvoldoende gewaarborgd. Belanghebbende verwijst daarbij naar de annotatie van Van Suilen bij de uitspraak van de Hoge Raad van 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102. [1]
4.1.
De rechtbank stelt vast dat de bezwaarschriften ter zake van de tijdvakken oktober 2021 en november 2021 niet binnen de daartoe gestelde termijn zijn ingediend. In geschil is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
4.2.
Op grond van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht blijft, voor zover van belang, niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat op het aangiftebiljet kansspelbelasting op het voorblad staat vermeld dat een bezwaarschrift tijdig binnen zes weken na de dag van de betaling moet zijn ontvangen, onder vermelding van de wijze waarop bezwaar kan worden gemaakt (zie r.o. 3.6). De rechtbank acht, anders belanghebbende stelt, geen specifieke kennis van het Nederlandse bestuursrecht of het belastingsysteem noodzakelijk om de strekking hiervan te kunnen begrijpen. Bovendien acht de rechtbank de omstandigheid dat belanghebbende, zijnde een Belgische besloten vennootschap opererend in Nederland, geen kennis zou hebben van het Nederlandse bestuursrecht en belastingsysteem een omstandigheid die voor haar eigen rekening en risico komt. De termijnoverschrijding is daarom aan haar toe te rekenen. Van geringe verwijtbaarheid is geen sprake.
4.4.
Volgens de rechtbank leidt dit systeem ook niet tot rechtsongelijkheid, nu een dergelijk systeem voor zowel binnenlandse als buitenlandse belastingplichtigen geldt. De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad leidt niet tot een ander oordeel, nu dit arrest ziet op een andere situatie, namelijk de verschoonbare termijnoverschrijding (en de bewijslast dienaangaande) bij bezwaar tegen een boetebeschikking.
4.5.
Gelet op het voorgaande heeft de inspecteur de bezwaren ter zake van de tijdvakken oktober 2021 en november 2021 terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Zijn de met de bonus geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking genomen voor de heffing van de kansspelbelasting?
5. Belanghebbende stelt primair dat bonussen geheel niet, of slechts beperkt, dienen te worden betrokken in het begrip bruto spelresultaat. Volgens belanghebbende is de gedachtegang die de wetgever aan het betrekken van bonussen in het bruto spelresultaat ten grondslag legt onjuist en onvolledig. Belanghebbende heeft voor de onderhavige tijdvakken een cijfermatig overzicht overgelegd van de verschuldigde kansspelbelasting als de bonussen niet in de belastbare grondslag zijn betrokken en verzocht om een teruggaaf voor alle tijdvakken voor het verschil met de voldane kansspelbelasting.
5.1.
De inspecteur stelt daartegenover dat de door de spelers met bonussen geplaatste inzetten terecht bij de bepaling van het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen.
5.2.
Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB bepaalt dat de belasting wordt geheven in de gevallen waarin artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet KSB van toepassing is, naar het verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen.
5.3.
De grondslag voor heffing van kansspelbelasting wordt derhalve bepaald door de inzetten minus de ter beschikking gestelde prijzen (het bruto spelresultaat). Ter zake hiervan is in de memorie van toelichting onder meer het volgende opgemerkt [2] :
“Het verstrekken van bonussen is een belangrijke vorm van marketing van kansspelen op afstand. Bonussen zijn onmisbaar voor een attractief legaal aanbod van kansspelen op afstand. Zij worden door (vrijwel) alle huidige aanbieders verstrekt en vormen een belangrijk instrument in de concurrentie tussen vergunninghouders en illegale aanbieders om spelers te geleiden naar het vergunde en dus verantwoorde, betrouwbare en controleerbare aanbod. Bonussen mogen echter niet op het individuele speelgedrag van de speler worden afgestemd. Hiermee wordt voorkomen dat spelers op kwetsbare momenten, bijvoorbeeld net na verlies van geld, persoonlijk worden verleid om toch door te spelen. Bonussen zullen voor de aanbieder niet fiscaal aftrekbaar zijn en tellen daarom mee in de omvang van het bruto spelresultaat waarover belasting geheven wordt. Hiermee wordt voorkomen dat een prikkel wordt gecreëerd voor vergunninghouders om onbeperkt bonussen te verstrekken.
(…)
Om die reden wordt voorgesteld als grondslag voor de kansspelen op afstand aan te houden het zogeheten bruto spelresultaat. In het eerste subonderdeel van artikel 33e, tweede lid, is dit omschreven als het verschil tussen de ontvangen inzetten en de uitgekeerde prijzen. Tot de inzetten worden hierbij ook gerekend de speeltegoeden die de vergunninghouder de speler gratis ter beschikking stelt om mee te kunnen spelen (bonussen). Deze worden niet gerekend tot de prijzen, aangezien zij door de speler niet te gelde kunnen worden gemaakt.
(…)
Bij kansspelen op afstand worden door de aanbieder soms bonussen verstrekt, bijvoorbeeld om speler ertoe te bewegen een bedrag (speeltegoed) van de betaalrekening van de speler te storten naar de spelersrekening bij de aanbieder. Als de aanbieder een bonus geeft van € 25 bij het storten van € 50, bedraagt het speeltegoed € 75. Als de speler deze € 75 inzet en daarmee € 60 aan prijzen wint, bedraagt het bruto spelresultaat € 15. Dit bedrag wordt gevormd door de inzetten van € 75 te verminderen met de prijzen van € 60.”
5.4.
Gelet op artikel 3, lid 1, onderdeel a, van de Wet KSB en de memorie van toelichting moet de grondslag voor de kansspelbelasting worden verhoogd met de aan spelers toegekende bonussen. De bonussen kunnen door de spelers worden gebruikt als inzet bij de kansspelen en behoren dus tot de grondslag voor de kansspelbelasting. Belanghebbendes stelling dat de huidige wijze van heffing van kansspelbelasting in strijd is met het wezen van de kansspelbelasting, alsmede in strijd met de rechtspraak ter zake de bepaling van de brutowinst en het casinoregime, kan niet slagen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever geweest om het spelen met een bonus als (belaste) inzet aan te merken. De rechtbank merkt daarbij op dat belanghebbende bedrijfseconomisch bezien weliswaar geen inzet heeft ontvangen, maar dat de wetgever het begrip inzet bewust niet (enkel) bedrijfseconomisch heeft opgevat.
Toetsing aan algemene rechtsbeginselen
5.5.
Volgens belanghebbende kan de toepasselijke wet- en regelgeving evenwel geen standhouden, omdat sprake is van een onredelijke heffing. Belanghebbende voert daartoe aan dat de huidige wijze van belastingheffing in strijd is met meerdere algemene rechtsbeginselen, waaronder het legaliteitsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van bevoorrechte verkrijging, beginsel van de minste pijn, het beginsel van optimale realisatie en het beginsel van fiscale neutraliteit. Belanghebbende verwijst daarbij naar de conclusie van [naam] van 18 mei 2022. [3]
5.6.
De inspecteur heeft de standpunten van belanghebbende gemotiveerd weersproken. Hij stelt onder meer dat voor een toetsing aan de algemene beginselen in het onderhavige geval geen ruimte bestaat.
5.7.
De rechtbank stelt voorop dat het in artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen neergelegde toetsingsverbod met zich brengt dat de rechter wetten in formele zin – zoals in dit geval de Wet KSB en in het bijzonder artikel 3, lid 1, onderdeel a, van de Wet KSB – niet mag toetsen aan (ongeschreven) algemene rechtsbeginselen. Wel is de rechter bevoegd om een (bepaling in een) wet in formele zin buiten toepassing te laten, indien sprake is van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. Daartoe bestaat aanleiding, indien die niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden tot gevolg hebben dat de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd komt met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht, dat die toepassing achterwege moet blijven. [4]
5.8.
Op de zitting heeft belanghebbende gesteld dat ontwikkelingen op de kansspelmarkt hebben plaatsgevonden die de wetgever niet heeft kunnen voorzien. De legale sector komt in het gedrang als op deze wijze kansspelbelasting wordt geheven. Het doel om 80% van de online kansspelen te kanaliseren naar de legale sector is niet behaald, dit is inmiddels minder dan 50%. Vergunde aanbieders kunnen niet (langer) concurreren met onvergunde aanbieders. Die gevolgen zijn naar haar mening niet verdisconteerd in de wetgeving.
5.9.
Belanghebbende heeft met hetgeen zij heeft aangevoerd geen (bijzondere) omstandigheden aannemelijk gemaakt, die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. De wetgever was zich ervan bewust dat bonussen een belangrijk instrument zijn in de concurrentie tussen legale en illegale aanbieders. De wetgever heeft er evenwel voor gekozen om bonusinzetten tot de grondslag voor het bruto spelresultaat te rekenen om zo de prikkel te beperken om bonussen te verstrekken (zie ook r.o. 5.3). De omstandigheid dat blijkt dat de beleidsdoelen van de kanalisatie in de praktijk niet worden behaald, betekent nog niet dat de afweging van de wetgever anders zou zijn geweest. Nog daargelaten dat de wetgever zich ervan bewust zal zijn geweest dat onzeker is in hoeverre de kanalisatie daadwerkelijk zou slagen, houdt de beslissing van de wetgever om bonussen tot de inzetten te rekenen daar geen verband mee. Uit de parlementaire geschiedenis komt nergens naar voren dat de beleidsdoelen en de mate waarin die in de toekomst worden behaald, van invloed waren op de beslissing om de bonusinzetten tot de inzetten te rekenen. In zoverre faalt belanghebbendes standpunt.
5.10.
Dit betekent dat de rechtbank niet mag toetsen aan de algemene (nationale) rechtsbeginselen. Het beroep van belanghebbende op die beginselen slaagt daarom niet.
Is sprake van schending van artikel 1 EP?
5.11.
Belanghebbende stelt subsidiair dat middels de huidige heffingswijze kansspelbelasting wordt geheven over fictieve omzet, hetgeen leidt tot een schending van het discriminatieverbod en het recht op eigendom. De rechtbank begrijpt deze stelling zo dat belanghebbende stelt dat de huidige heffing in strijd is met artikel 1 EP.
5.12.
De rechtbank stelt voorop dat belastingheffing volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te beschouwen is als regulering van eigendom in de zin van artikel 1 EP. Volgens artikel 1 EP dient elke inbreuk op het ongestoorde genot van eigendom in overeenstemming te zijn met het nationale recht. In artikel 1 EP ligt tevens besloten dat de inbreuk een legitiem doel in het algemeen belang dient na te streven. Een inbreuk op het recht op ongestoord genot van eigendom is verder slechts toegestaan indien de gebruikte middelen evenredig zijn aan het doel dat wordt nagestreefd. Dit vereist het bestaan van een redelijke verhouding ('fair balance') tussen voormeld algemeen belang en de bescherming van individuele rechten. Van een dergelijke redelijke verhouding is geen sprake indien de betrokken persoon wordt getroffen door een individuele en buitensporige last. Waar het gaat om de beoordeling van wat in het algemeen belang is en de keus van de middelen om dit belang te dienen, komt de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid toe. [5] Het oordeel van de wetgever dient te worden geëerbiedigd, tenzij dat van redelijke grond ontbloot is. [6]
5.13.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een schending van artikel 1 EP. In de memorie van toelichting heeft de wetgever opgemerkt dat bonussen tot het bruto spelresultaat behoren. Dat bonussen tot het bruto spelresultaat behoren, dient voorts een algemeen belang. Hiermee wordt namelijk voorkomen dat een prikkel wordt gecreëerd voor vergunninghouders om onbeperkt bonussen te verstrekken (zie r.o. 5.3). Dat de bonussen niet in mindering kunnen worden gebracht op het bruto spelresultaat is ook evenredig aan het daarmee te dienen doel, te weten dat niet teveel bonussen worden verstrekt. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de daarmee samenhangende administratieve lasten zodanig zijn dat de heffing disproportioneel is. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet van redelijke grond ontbloot is om de bonussen in het bruto spelresultaat te betrekken, ook al heeft dit tot gevolg dat wordt afgeweken van hetgeen bedrijfseconomisch onder omzet wordt verstaan en administratieve lasten met zich brengt.
5.14.
Voor zover belanghebbende stelt dat sprake is van een individuele en buitensporige last, overweegt de rechtbank dat daar sprake van kan zijn indien bijzondere, niet voor alle aanbieders van online kansspelen geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor belanghebbende teweegbrengen. [7] Op belanghebbende rust de last om aannemelijk te maken dat zij in verhouding tot haar branchegenoten onevenredig zwaar door de wettelijke maatregel is getroffen en wel op een zodanige wijze, dat die te kenschetsen is als een individuele en buitensporige last. Belanghebbende is niet in haar bewijslast geslaagd, nu gesteld noch gebleken is dat zij zwaarder zou zijn getroffen in verhouding tot haar branchegenoten.
Tussenconclusie
5.15.
Gelet op het voorgaande zijn de met de bonus geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen bij de bepaling van de grondslag voor de kansspelbelasting. De verschuldigde kansspelbelasting is derhalve op de juiste wijze vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

De beroepen zijn ongegrond. De verschuldigde kansspelbelasting blijft gehandhaafd. Dat betekent dat belanghebbende geen kansspelbelasting terugkrijgt. Belanghebbende krijgt daarom ook het griffierecht niet terug en geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, voorzitter, mr. drs. S.J. Willems-Ruesink en mr. T.S.K.L. Tjon, leden, in aanwezigheid van mr. A.S. Wiskerke-Hovanesian, griffier, op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.BNB 2019/142.
2.Kamerstukken II 2013/2014, 33 996, nr. 3, p. 28, 29, 118 en 152.
3.ABRvS 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1441.
4.Hoge Raad 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:815 en ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772.
5.Vgl. Hoge Raad 3 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC2816, r.o. 3.8.1.
6.Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:917.
7.Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442, r.o. 3.2.