ECLI:NL:RBZWB:2026:1743
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag accijns en vernietiging verzuimboete wegens schending verdedigingsbeginsel
De inspecteur legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag accijns op omdat in zeven tanks olie werd aangetroffen die volgens de inspecteur niet overeenkwam met de gasolie die aanwezig had moeten zijn. Monsters uit de tanks werden geanalyseerd met de ISO 3405 methode, waarbij voor twee tanks de gemeten overdistillatiepercentages circa 2% onder de grenswaarde van 85% lagen. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat het product in deze twee tanks een ander type olie was, mede vanwege de meetonzekerheid van circa 2%.
Daarnaast werd zonder vooraankondiging een verzuimboete opgelegd, wat de rechtbank als een schending van het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel beoordeelde. Omdat de naheffingsaanslag gedeeltelijk ten onrechte was opgelegd, was het verzuim niet in de mate aanwezig zoals gesteld, waardoor de boete werd vernietigd. Belanghebbende kreeg een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegewezen.
De rechtbank bevestigde dat de inspecteur bevoegd was om monsters te nemen en dat gasolie een homogeen product is, waardoor één monster per tank representatief is. Voor de overige vijf tanks werd de naheffingsaanslag gehandhaafd omdat de gemeten waarden ruim onder de grenswaarde lagen. De rechtbank stelde vast dat sprake was van onttrekking aan de accijnsschorsingsregeling voor deze tanks. De naheffingsaanslag werd verminderd tot een bedrag berekend naar de volumes in de tanks met nummers 1, 2, 4, 6 en 7.
De uitspraak bevatte tevens een uitgebreide motivering over het toepasselijke wettelijke kader, de meetmethoden, de bewijslast en het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. De rechtbank wees op het belang van tijdige vooraankondiging van bezwarende besluiten en de mogelijkheid tot het indienen van een contra-expertise door belanghebbende.
Tot slot werd belanghebbende in het gelijk gesteld, werd de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag verminderd, de boetebeschikking vernietigd en werd de inspecteur veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag werd verminderd voor twee tanks en de verzuimboete vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel.