ECLI:NL:RVS:2021:1261
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsombesluit waterschap wegens lozing verontreinigd hemelwater
Het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta legde appellant, een bedrijf in Baarle-Nassau, een last onder dwangsom op wegens het lozen van afvalstoffen en verontreinigde stoffen op oppervlaktewater. Na constatering van overschrijding van milieunormen in monsters genomen op 30 januari en 7 maart 2019, werd een dwangsom van € 5.000 per overtreding opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de monsters representatief waren en dat appellant de last niet had nageleefd, waardoor de dwangsommen terecht werden ingevorderd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de monsters niet representatief waren, dat het water schoon hemelwater betrof, en dat zij in haar verdediging was geschaad door het ontbreken van contra-expertise.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. De Afdeling stelde dat de tijdelijke piek in verontreiniging niet relevant is en dat ook verontreinigd hemelwater onder de last valt. Daarnaast was het ontbreken van contra-expertise niet te wijten aan het dagelijks bestuur, dat duplo-monsters had genomen en informatie had verstrekt over de procedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.