ECLI:NL:RBZWB:2025:9237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 3.377 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank beoordeelt of de aanslag terecht is opgelegd en of sprake is van waardevermindering wegens schade aan de auto.
De rechtbank oordeelt dat de herleidingsmethode niet toepasbaar is en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er meer dan normale gebruiksschade is. De naheffingsaanslag is daarom terecht vastgesteld.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar is overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van € 2.000, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor rekening van de Staat komt. Tevens worden proceskosten en griffierechten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.