ECLI:NL:RBZWB:2025:9237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende B.V. tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 3.377, welke door de rechtbank als terecht werd beoordeeld. De rechtbank behandelt de vraag of de herleidingsmethode kan worden toegepast en of er sprake is van waardevermindering door schade. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag niet te hoog is vastgesteld en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat er meer dan normale gebruiksschade is. Daarnaast heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding van € 2.000 vanwege de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het geschil. De rechtbank wijst de kosten voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding toe aan belanghebbende, die door de inspecteur en de Staat moeten worden vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.