Uitspraak
1.[naam 1] ,
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 25 november 2024;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende een eis in reconventie;
- de incidentele conclusie inzake een vordering tot inzage ex artikel 194 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), tevens houdende een conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende een conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens houdende een akte uitlating producties in conventie.
3.3. De feiten
“(…) [partij] werd in 1999 benaderd door een financieel adviseur van Alpha Emergo om de financiële situatie van [partij] door te nemen. [partij] heeft hiermee ingestemd en er heeft een huisbezoek plaatsgevonden. (…) Tijdens het gesprek heeft de adviseur van Alpha Emergo geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [partij] Zo is met de adviseur gesproken over de gezinssituatie van [partij] Daarnaast is met de adviseur gesproken over de wens van [partij] om te sparen voor de studie van de kinderen. De adviseur gaf aan dat het mogelijk was om dit doel te bereiken en dat hij hier een geschikt product voor wist. (…) De adviseur adviseerde [partij] om een twee Capital Effect producten van Bank Labouchere af te sluiten met een totale maandelijkse inleg van ongeveer NLG 200,-. [partij] gaf aan welk bedrag hij maandelijks kon missen om mee te sparen en de adviseur heeft vervolgens geadviseerd om dit te verdelen over twee producten. Volgens de adviseur zou [partij] op deze wijze aanzienlijk vermogen opbouwen, waardoor [partij] de studie van zijn kinderen kon bekostigen. Het zou volgens de adviseur ook niet fout kunnen gaan, omdat de betreffende aan delen zeer stabiele aandelen waren met zeer hoog rendement. (…) De adviseur heeft [partij] niet geïnformeerd over de specifieke risico’s. Zo heeft hij er niet op gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomsten. Als [partij] op deze risico’s gewezen was, had hij de twee Capital Effect producten nooit afgesloten. (…) [partij] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwde daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en zijn advies. Om deze reden heeft [partij] het advies van de adviseur opgevolgd en twee Capital Effect producten van Bank Labouchere afgesloten, elk met een maandelijkse inleg van NLG 98,97. De aanvraag voor de twee Capital Effect producten is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomsten zijn op een later moment ondertekend. (…)”.
- kopieën van de overeenkomsten van 9 november 1999 met contractnummers [contractnummer 2] en [contractnummer 1] , voorzien van de tekst:
“Adviseur [kenmerk]-Alpha Emergo B.V.,
‘Bemiddeling bij het afsluiten van verzekerings- en financiële produkten. Aan- en verkoop van effecten. (…)’,
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 135,00