Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] S.A., gevestigd in [plaats 2] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur
de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid), de Minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
“KOOPPRIJS, VERREKENING DIVERSE BEDRAGEN
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag Vpb 2019 naar een naar een belastbaar bedrag van € 13.750;
- vermindert de aanslag Vpb 2020 naar een naar een belastbaar bedrag van € 12.085;
- vermindert de bijbehorende belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 333;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 167;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 365,- aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 3.108 aan proceskosten aan belanghebbende.