ECLI:NL:HR:2009:BK0909
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid emissiekosten bij vennootschapsbelasting en toepassing artikel 9 lid 1 letter e Vpb
In deze zaak heeft de Inspecteur bij beschikking het verlies van belanghebbende over het jaar 2000 vastgesteld, waarbij de aftrek van emissiekosten ter discussie stond. Belanghebbende had in 2000 een emissie van aandelen verricht ter financiering van de overname van een buitenlandse groep. De kosten die hiermee samenhingen, waaronder een 'underwriting discount' en advieskosten, werden door de Rechtbank in aftrek toegelaten.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de kosten onder de vrijstelling van artikel 13 lid 1 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zouden vallen, omdat de emissiegelden niet voor belanghebbende zelf waren aangewend maar voor een buitenlandse kleindochtervennootschap.
De Hoge Raad oordeelde dat de emissiekosten als kosten van wijziging van het kapitaal moeten worden aangemerkt en derhalve aftrekbaar zijn volgens artikel 9 lid 1 letter Pro e van de Wet. De aanwending van de emissiegelden is niet relevant voor de aftrekbaarheid. De kosten zijn primair verbonden aan het bestaan van belanghebbende als beursgenoteerde vennootschap en niet aan de voordelen uit de te verwerven buitenlandse groep.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aftrekbaarheid van emissiekosten wordt bevestigd.