ECLI:NL:RBZWB:2025:3309
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €5.227 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag te hoog is vastgesteld omdat de handelsinkoopwaarde van de auto te laag werd ingeschat door de inspecteur. De rechtbank stelt de handelsinkoopwaarde vast op €65.573, gebaseerd op de koerslijst van Xray en het taxatierapport van DRZ. Een waardevermindering wegens schade wordt niet aangenomen omdat belanghebbende dit onvoldoende heeft onderbouwd.
Daarnaast heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding van in totaal €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar. De rechtbank verdeelt deze vergoeding tussen de inspecteur (€417) en de Staat (€83).
De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €4.497. Verder veroordeelt de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak vernietigt het eerdere besluit op bezwaar en bevestigt het recht van belanghebbende op vergoeding en vermindering van de aanslag.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €4.497 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.