ECLI:NL:RBZWB:2025:2909
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetebeschikkingen
Belanghebbende, een maatschap actief in bedrijfsopleiding en training, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting en bijbehorende boetebeschikkingen over de jaren 2015 tot en met 2017. De inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op na een boekenonderzoek, waarbij onder meer correcties werden toegepast op voorbelasting met betrekking tot privégebruik en niet-zakelijke kosten.
De rechtbank oordeelt dat de vergrijpboete bij de eerste naheffingsaanslag terecht is opgelegd wegens voorwaardelijke opzet en listigheid, maar vermindert deze boete vanwege onvoldoende bewijs voor valsheid bij enkele posten. De overige beroepen worden ongegrond verklaard, waaronder de correcties op voorbelasting en de boete bij de tweede naheffingsaanslag. De rechtbank wijst ook een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure.
De rechtbank weegt zorgvuldig de bewijslast, het procesverloop en de motieven van partijen af, en oordeelt dat de inspecteur voldoende voortvarend heeft gehandeld. Daarnaast wordt het griffierecht deels vergoed aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 14 mei 2025.
Uitkomst: De rechtbank matigt de vergrijpboete, verklaart de beroepen verder ongegrond en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.