ECLI:NL:RBZWB:2024:6962
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen belanghebbende
Belanghebbende, geboren in 1989, heeft in 2022 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV is afgewezen. Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank beoordeelde het beroep op 9 oktober 2024 en concludeerde dat het UWV terecht heeft geweigerd de uitkering toe te kennen.
De beoordeling berustte op medisch en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat belanghebbende een zeer lichte verstandelijke beperking heeft maar wel in staat is om minimaal vier uur per dag, in blokken van twee uur, een taak uit te voeren. Ook beschikt hij over basale werknemersvaardigheden, ondanks een langere inwerktijd en beperkingen op het gebied van lezen en schrijven.
Eiser stelde dat belanghebbende niet aan de arbeidsvermogenseisen voldoet, mede gezien de benodigde zorg voor zijn zoon en beperkte concentratie. De rechtbank verwierp deze stellingen, onder meer omdat zorgtaken buiten beschouwing worden gelaten en uit het dossier blijkt dat belanghebbende zelfstandig kan functioneren en taken kan uitvoeren.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende duurzaam mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.