Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 januari 2013 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1958, diende in december 2009 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die vóór zijn 17e verjaardag begon. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken vast dat appellant geen recht had op uitkering omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en zijn resterende verdiencapaciteit 85,1% bedroeg op de datum van aanvraag.
De rechtbank Maastricht vernietigde het eerste bezwaarbesluit van het UWV en beval een nieuwe beslissing, waarbij werd geoordeeld dat het oude arbeidsongeschiktheidscriterium van toepassing was en dat de beoordeling moest plaatsvinden op de datum één jaar voor de aanvraag. Het UWV nam daarop een nieuw besluit dat in hoger beroep werd aangevochten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanspraken van appellant in beginsel moeten worden beoordeeld naar de regelgeving die gold op zijn 18e verjaardag, en dat er geen sprake was van een bijzonder geval waardoor de laattijdige aanvraag gerechtvaardigd zou zijn. De medische informatie van appellant bood geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel leidden. De Raad bevestigde dat de arbeidskundige beoordeling en de noodzaak van begeleiding met een jobcoach adequaat waren gemotiveerd.
Uiteindelijk verklaarde de Raad het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van 30 januari 2013, waarmee appellant geen recht op Wajong-uitkering werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van 30 januari 2013 wordt bevestigd.