Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn had beslist op haar aanvraag van 2 mei 2022 tot aanvullende compensatie voor werkelijke schade met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat de eerdere uitspraak van 23 augustus 2023 al een beslistermijn had vastgesteld waarbinnen verweerder moest beslissen. Verweerder heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €250 per dag op met een maximum van €37.500,-. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar de rechtbank wijst dit af en benadrukt dat het niet aan de rechter is om structurele oplossingen te bieden voor dergelijke problemen.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier D. Alblas op 14 mei 2024 en is zonder zitting uitgesproken.