Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 november 2023 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
- U houdt mij voor dat een overgang van de onderneming heeft plaatsgevonden van de vof naar de BV. U vraagt mij of de vof dan op enig moment is opgehouden te bestaan. Ik geef u aan dat ik denk dat dat het geval is. De vof is fiscaal gezien geruisloos ingebracht in de BV. Hoewel ik geen achtergrond in privaatrecht heb, denk ik dat de vof is opgehouden te bestaan. (…)
- Ten tijde van de bekendmaking van de naheffingsaanslag bestond de vof niet meer. De vof was opgegaan in de BV. Dat laat onverlet dat voor dat tijdvak aan de vof nog wel een aanslag kan worden opgelegd.”
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting voor het jaar 2011 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 354 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 2.266 aan proceskosten aan eiseres.