ECLI:NL:RBZWB:2023:6897
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving medewerkingsplicht
Eiseres ontving sinds 20 augustus 2018 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft het recht op uitkering ingetrokken per 24 december 2021 en de over die periode verstrekte uitkering teruggevorderd, omdat eiseres niet voldeed aan haar medewerkingsplicht.
Het college had eiseres verzocht bankafschriften aan te leveren en uitgenodigd voor gesprekken. Eiseres verscheen niet op het gesprek van 30 december 2021 en leverde de gevraagde stukken niet aan. Het besluit tot intrekking werd aangetekend verzonden, waarbij een afhaalbericht is achtergelaten, maar eiseres stelde dit niet te hebben ontvangen. De rechtbank acht aannemelijk dat het afhaalbericht wel is achtergelaten en oordeelt dat het niet ophalen van de brief voor risico van eiseres komt.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was het recht op bijstand in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet, omdat eiseres verwijtbaar heeft gehandeld door niet te verschijnen en niet te voldoen aan de informatieplicht. De overgelegde bankafschriften in beroep kunnen niet meer worden betrokken bij de beoordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.